VOORWOORD
Maintenance Magazine 140 – juni 2018
To extend or not to extend, …
De F-16 is een multifunctioneel gevechtsvliegtuig voor defensieve, offensieve en verkenningsopdrachten. Tussen 1975 en 1986 kocht België er 160. Mits Mid-Life Updates (MLU) zijn nu nog 54 toestellen operationeel. De gecertificeerde basislevensduur bedraagt 8.000 actuele vlieguren (AFH). Die grens bereiken ze tussen 2023 en 2028 en worden dan als ‘versleten’ beschouwd. De regering besliste daarom 34 nieuwe straaljagers aan te kopen. Nu blijkt dat onze F-16’s toch langer kunnen vliegen en op twee manieren een levensduurverlenging kunnen krijgen: via een soft SLEP of via een hard SLEP (Service Life Extension Program).
Voor de levensduurberekening kan je in de plaats van de ‘actuele’ ook de ‘equivalente’ vluchturen (EFH) gebruiken. Bij een soft SLEP bereken je voor elk toestel de equivalente vluchturen op basis van de ‘crack severity index’ (CSI) om het nieuwe maximaal aantal vlieguren te bepalen. Ik citeer uit de anonieme blog f35doorgelicht.be: “Deze ‘cracks’ zijn de scheurtjes in bijvoorbeeld de romp of de vleugels. Wanneer de werkelijke belasting tijdens het ‘leven’ van een F-16 lager is dan deze gepland bij het ontwerp, dan is de CSI kleiner dan ‘1’. In klare taal betekent dit dat de jachtvliegtuigen minder belastende missies en trainingsvluchten uitgevoerd hebben dan gepland bij hun ‘design’. Het omgekeerde, een CSI van méér dan ‘1’, kan zich ook voordoen. Bijvoorbeeld wanneer het toestel vele malen verwikkeld is geweest in luchtgevechten met vijandelijke vliegtuigen en zeer zware krachten heeft moeten ondergaan.
Dezelfde bron becijfert de slijtagefactor voor de Belgische vloot op 0,8 (en zelfs 0,6 in een tweede rapport). De F16’s zouden minstens nog zo’n 1.500 vlieguren extra (zes jaar) kunnen worden gebruikt binnen hun huidige luchtwaardigheidscertificaat. Voor de levensduurverlenging moet wel de werkelijke belasting op ieder individueel toestel gemeten en het onderhoudsprogramma bijgestuurd worden.
Een harde levensduurverlenging, die de toestellen en de uitrusting volledig vernieuwt plus een nieuw luchtwaardigheidscertificaat, kan de levensduur tot 27 jaar oprekken. Dat vereist wel een ruime investering, maar nog steeds veel minder dan de aankoop van nieuwe toestellen. Portugal en Egypte overwegen momenteel deze investering. De Verenigde Staten, Griekenland, Taiwan en Zuid-Korea beslisten al voor zo’n hard SLEP.
Een soft SLEP levensduurverlenging lijkt mij een ‘no brainer’. Het is logisch en financieel gunstig om de volledige en werkelijke levensduur van de F16’s uit te nutten. Maar ook de hard SLEP is een stuk voordeliger dan nieuwe toestellen. Ook de ‘sustainment costs’ (= de kosten voor vliegen inclusief onderhoud en personeel) pleiten in het voordeel van een levensduurverlenging.
In zijn opiniestuk ‘De verlenging van de levensduur van de F-16 is naast de kwestie’ stelt Herman Matthijs, Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën, over de F16’s : “Uiteindelijk gaan we dan vliegen in een ‘oldtimer’. Dat zal problemen geven met de inzetbaarheid en de veiligheid.” Als belastingbetaler en onderhoudsman raadt ondergetekende onze beleidsmakers echter aan om levensduurverlenging wél ernstig te overwegen. De Amerikaanse luchtmacht zet bijvoorbeeld de B52-bommenwerper nog steeds in. De ‘jongste’ is van oktober 1962. In 2011 is beslist ze minstens tot 2044 in de lucht te houden… <<
Door Maintenance Evangelist Wim Vancauwenberghe Directeur van BEMAS
PS: Hoe zit het met de levensduurproblematiek in jouw bedrijf? Ken je de verwachte levensduur van je installaties? Wat zijn de ‘equivalente vlieguren’? Dragen de operationele praktijken in jouw bedrijf bij tot een verlaging van de ‘CSI’ van je machines, of tot een verhoging? Wat zijn de mogelijkheden voor soft en hard SLEPs? Denk je aan 4.0 technologie? Zal die helpen bij het opvolgen en maximaliseren van de resterende nuttige levensduur?