HUMAN RESOURCES
Maintenance Magazine 139 – februari 2018
Hogeschool trekt kaart van Industrie 4.0

Robotstation met visiesysteem en boorstation én een pick by light-module. (Foto : E.D.)

Studenten aan de slag bij beide CP Factory basismodules aan de Campus De Nayer van Thomas More. (Foto : Thomas More)
PreviousNextDe industrie klaagt wel eens dat schoolverlaters totaal niet klaar zijn voor het bedrijfsleven. Het is voor de onderwijsinstellingen dan ook niet evident om de snelle technologische evoluties bij te benen, noch op financieel, noch op educatief vlak. Sommigen halen toch een maximum uit de kan. Zo investeerde Campus De Nayer van Thomas More in een CP Factory van Festo. Daarmee wil hij zelfs bedrijven in Industrie 4.0 opleiden!
Voor de docenten elektromechanica en het management van Campus De Nayer staat het als een paal boven water: Industrie 4.0 is dé sleutel om de maakindustrie in Europa te houden. Daarom is onlangs beslist om het cursusaanbod die richting uit te sturen. “Het is onze doelstelling om studenten af te leveren die meteen op de werkvloer inzetbaar zijn,” zegt Jimmy Bauwens, opleidingsmanager elektromechanica. “Natuurlijk zullen ze intern nog bijscholingen moeten volgen, want elke sector en elke fabriek is anders. Niettemin willen we hun een realistische voorbereiding geven op wat ze als professionele bachelor elektromechanica te wachten staat. Het is dan ook de logica zelve dat we ons lessenpakket op Industrie 4.0 afstemmen: automatisering, metadata, informatie-uitwisseling, maatwerk en onderhoud in zo’n omgeving. Studenten zullen zich immers steeds meer in de analyse en interpretatie van data én de integratie van componenten of subsystemen in complexe technische communicatiesystemen moeten bekwamen.”
Prijs is niet doorslaggevend
Deze evolutie vergt ook een aanpassing van de leeruitrustingen. Er is beslist om te investeren in een productieketen waarin de belangrijkste aspecten en technologieën van Industrie 4.0 aan bod komen. Campus De Nayer schreef een Europese tender uit. “Dit doen we altijd voor grote projecten,” vertelt Jimmy Bauwens. “Onze keuzecriteria beperken zich echter niet tot de prijs. Ook kwaliteit, betrouwbaarheid, service en vooral uitbreidbaarheid en opleidingsaanbod zijn doorslaggevend.” Ook de docenten moeten de nieuwe systemen en technologieën immers onder de knie krijgen. De middelen zijn echter beperkt. “Vaak moeten we een oplossing gespreid over meerdere jaren aankopen.”
Precies omwille van de modulaire opbouw en het uitgebreide opleidingspakket viel de keuze uiteindelijk op de ‘CP-Factory’ van Festo-Didactic. In een eerste fase werden in juni vorig jaar twee basismodules geïmplementeerd. “Daarmee tekenden we voor 170.000 euro, en in juni dit jaar doen we daar nog eens een substantieel bedrag bij met een extra uitbreiding met twee modules. Met de CP-Factory kunnen we nu oefeningen geven over de implementatie van Industrie 4.0-technieken om tot een flexibele productieomgeving te komen.” Mens-machine interactie is hierbij een belangrijk gegeven. Het MES-systeem zorgt ervoor dat de studenten gemakkelijk de functionaliteiten kunnen begrijpen. Een visuele opvolging van het proces is mogelijk.
Leasen en huren zijn geen optie
Waarom financiert de hogeschool alles meteen met eigen middelen en sluit het geen huur- of leasecontract af? “Studenten moeten kunnen oefenen en fouten maken,” stelt Jimmy Bauwens. “Dit is riskant als je een machine huurt of least, want die moet je na afloop van het contract in excellente toestand aan de leverancier terugbezorgen. Tweede punt is dat we de studenten willen confronteren met problemen die ze op de werkvloer zullen tegenkomen. Vandaar dat leasing en huren vaak niet tot de mogelijkheden behoort: dit is enkel weggelegd voor standaardmachines die eerder in middelbare scholen worden gebruikt.”
Toenadering zoeken tot bedrijfsleven
Met de CP Factory, gecombineerd met de technologieën die reeds aanwezig zijn (RFID, Near Field Communication, visiesystemen, …), levert Campus De Nayer professionele bachelors af die Industrie 4.0 in productie-omgevingen kunnen implementeren. De technologie evolueert echter dermate snel dat scholen eigenlijk continu moeten investeren. “Onze middelen zijn niet onuitputtelijk,” zegt Jimmy Bauwens. “Daarom blijven we pleiten voor meer samenwerkingsverbanden met de industrie.”
Vandaag hebben zijn studenten al de kans om gedurende twaalf weken hun bachelorproef binnen een bedrijf te doen, “maar het zou mooi zijn als we stages een integraal onderdeel van het lessenpakket kunnen laten uitmaken, en dit in alle jaren van de opleiding. We zouden zelfs graag dezelfde richting als Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en zelfs Nederland inslaan. Daar openen bedrijven hun deuren voor studenten om er allerhande technologieën te leren kennen.”
Ook het lessenpakket dient voortdurend te worden aangepast. Het wordt complexer voor de studenten, maar die hebben het voordeel dat ze in een digitale wereld opgroeiden. Vooral de docenten staan voor een uitdaging. “Zij moeten de kans en tijd krijgen om zich voldoende bij te scholen, zowel in kennis als in de manier om deze kennis naar de studenten over te brengen.” Ook hier is een intense samenwerking tussen industrie en onderwijs cruciaal. “Daarom zoeken we met deze investering ook toenadering tot het bedrijfsleven, in de vorm van opleidingen over Industrie 4.0 voor externen.”
Dat kan extra inkomsten genereren die de school voor een verdere uitbreiding van de CP Factory kan gebruiken. “Maar we doen het niet zozeer om de centen, wel om de vinger aan de pols van de industrie te houden. Het is immers een mooie manier om de noden en behoeften van bedrijven te detecteren. Informatie waarmee we dan weer ons lessenpakket én investeringen kunnen bijsturen.” En studenten afleveren die klaar zijn voor de werkvloer van de toekomst! <<
door Els Jonckheere