Sinds 31 oktober 2025 draagt de nieuwe stoom- en gascentrale van Engie langs de Maas in Flémalle aan de Belgische bevoorradingszekerheid voor elektriciteit. Flémalle heeft een vermogen van 875 MW. Dat is vergelijkbaar met de gezamenlijke capaciteit van de loop van 2025 gesloten kernreactoren Doel 1 en 2 samen (890 MW). Bovendien gaat het in Flémalle om flexibel inzetbaar vermogen.
Engie voldoet hiermee aan de engagementen die het aanging in het kader van het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM). In de eerste Belgische CRM-veiling, in oktober 2021, werd het geselecteerd voor een capaciteitscontract met een looptijd van vijftien jaar. Dit resulteerde in een investering van 650 miljoen euro en bood tijdens de bouwperiode werk aan gemiddeld vijfhonderd mensen.
De nieuwe centrale staat op de plaats van de gedemonteerde centrale Les Awirs uit de jaren vijftig tot zeventig. Die werkte met aardgas en steenkool en vanaf 2005 met biomassa (houtafval). Engie beschouwt de nieuwe centrale op meerdere vlakken als een toonaangevende productie-eenheid. De verbranding van aardgas is er goed voor ongeveer twee derde van de opgewekte elektriciteit. "Dankzij haar modulerend vermogen – 30 MW per minuut– biedt de centrale een flexibele aanvulling op wind- en zonne-energie en speelt ze een belangrijke rol in de elektriciteitsbevoorradingszekerheid van België," zegt Hugues Marguerite, de projectmanager voor uitbating en onderhoud van de centrale. "Met een rendement van meer dan 63% is ze bovendien bijzonder efficiënt. Daarmee scoort ze 5 tot 10% beter dan de generatie gascentrales van tien jaar geleden. Zelfs op wereldschaal behoort ze tot de absolute top van meest performante elektriciteitscentrales."
Alternatieve locatie
Engie wou een gelijkaardige centrale optrekken in Vilvoorde, maar kreeg daarvoor geen vergunning van de toenmalige Vlaamse regering, met als argument dat de uitstoot van stikstof, CO2 en ammoniak te hoog zou uitvallen. In Wallonië kreeg de centrale van Flémalle wel een vergunning. Op de plaats waar de gascentrale in Vilvoorde had kunnen komen, heeft Engie als alternatief een batterijpark aangelegd en eind 2025 in gebruik genomen. Het bestaat uit 320 lithium-ionbatterijcontainers en heeft een opslagcapaciteit van 800 MWh, waarmee het tot de grootste van Europa behoort.
Duurzaamheid op termijn
"In vergelijking met oudere gascentrales stoot de nieuwe centrale in Flémalle 20% minder CO₂ uit: 320 gram per kWh. Ze is technisch in staat om op termijn te draaien op waterstof of biogas. Biogas kunnen we al gebruiken, maar het aanbod is vandaag nog te klein. Waterstof winnen kan door elektrolyse van water –H2O– maar dit is pas zinvol wanneer het op een duurzame en economisch efficiënte manier gebeurt, bijvoorbeeld met hernieuwbare energie," legt Marguerite uit. Daarnaast onderzoekt Engie het potentieel van de mogelijke opvang en het gebruik van CO2, bij zichzelf en bij zijn industriële klanten. Samen met de Waalse kalkproducent Carmeuse en John Cockerill had het energiebedrijf op zijn site in Amercoeur nabij Charleroi het Columbusproject opgestart, om de CO₂ uitgestoten door een nieuw type kalkoven te concentreren en te combineren met groene waterstof, om synthetisch methaan (CH4) te produceren met groene waterstof uit elektrolyse en CO2 afgevangen aan de uitlaat van een nieuw type kalkoven. In 2024 werd het project stilgelegd, met als motivatie de te trage ontwikkeling van de markt voor synthetische brandstoffen en de onzekere regulatoire context. "Koolstofopvang en -gebruik blijven wel op onze radar staan."
Engie laat ook de mogelijkheid open om in de toekomst CO2 af te vangen op de site van Flémalle. "Maar het is nog te vroeg om uitspraken te doen over de haalbaarheid daarvan," stelt Engie-woordvoerster Nele Scheerlinck.
In augustus 2025 voerde Engie, in samenwerking met Tractebel, met succes de 'first firing' uit. Die oefening bestond uit eerste brandstoftoevoer naar de gasturbine en de eerste ontsteking. "De snelheid van de turbine moest nauwlettend gemonitord worden totdat de 3.000 toeren per minuut waren bereikt die nodig zijn om de alternator te synchroniseren met het elektriciteitsnet," aldus Marguerite. Die actie ging gepaard met elektrische beveiligingstesten en diverse proeven op de gasturbine, de warmte-recuperatieketel, de water-stoomcyclus en stoomturbine en alle andere essentiële componenten.
Uitdagingen voor onderhoud
"We verwachten in de eerste periode 5.000 tot 6.000 uren per jaar te draaien, goed voor een productie van 4,4 tot 5,3 TWh. Als flexibele installatie zal Flémalle vooral in de winter werken, wanneer het aanbod aan hernieuwbare energie lager ligt." In de zomer moet de centrale vooral inspringen tijdens zon- en windarme periodes.
"Door de engagementen volgens het CRM-contract met hoogspanningsnetbeheerder Elia vergt de onderhoudsstrategie van de nieuwe centrale een andere aanpak dan standaardinstallaties," vertelt onderhoudsmanager Abdelhakim Aghazzaf. "De belangrijkste onderhoudswerken proberen we vooral tijdens de zomer te plannen. Voor ingrepen op andere momenten moeten we strakke schema's afspreken met de leveranciers van materieel en diensten. Cruciaal is dat componenten tijdig worden onderhouden of vervangen, op basis van een correcte inschatting van hun verwachte gebruiksduur, zodat we niet te veel onverwachte interventies moeten doen. Voor zware uitrusting, zoals generatoren, turbines en boilers, kunnen we volledig terugvallen op de Europese supportdiensten van Engie. En wellicht komt wat wij nu leren ook later elders van pas."
Teams
De voorbereiding van het onderhoudsbeheerssysteem en de onderhoudsprogramma’s gebeurde tijdens de twee jaar voor de opstart van de centrale. "We hebben twee teams gevormd om te verzekeren dat de centrale altijd beschikbaar is wanneer er piekvermogen nodig is," geeft Marguerite mee. "In 2023 hebben we meer dan dertig mensen gerekruteerd voor de nieuwe bedrijfs- en onderhoudsploeg. Dat ging gepaard met een ambitieus opleidingsprogramma van bijna 11.000 opleidingsuren."
Het team dat verantwoordelijk is voor de uitbating telt 22 mensen, waarbij operatoren, bedrijfschefs, een chemicus, twee procesingenieurs en een manager. Het team dat verantwoordelijk is voor onderhoud telt dertien mensen, waarbij technici en teamleiders voor mechanica en I&C/elektriciteit, een datamanager, twee ingenieurs en een manager.
Door Koen Mortelmans - foto's: Roger Job / Engie
Mannenwereld
Het 35-koppige team van Flémalle telt momenteel slechts vijf vrouwen. "Bij de samenstelling van het nieuwe O&M-team hebben we bijzondere aandacht besteed aan de diversiteit van de profielen, in een oudsher erg mannelijke sector," aldus Hugues Marguerite uit. "Het team telt dankzij die inspanningen al vijf vrouwen. Dat is nog maar het begin."