Op de site van ArcelorMittal in het havengebied van Gent bouwt Luminus Solutions een installatie om er de hogedrukstoom die vrijkomt bij de verbranding van biomassa om te zetten in lagedrukstoom en elektriciteit. Vanaf 2027 moet deze installatie zowat twee derde van het slib van rioolwaterzuivering in Vlaanderen verwerken.
Aquafin levert het slib, Besix en Indaver voeren via hun gezamenlijke tijdelijke werkingsbedrijf Foster de bouwwerken van de slibmonoverwerker uit, Luminus Solutions staat in voor de bouw, uitbating en het onderhoud van de stoomexpansieturbine, ArcelorMittal Belgium gebruikt de lagedrukstroom bij de productie van staal, SPV Finarmit draagt de investering. Finarmit is een 100% dochter van publieke investeerder Fineg, die de Vlaamse industrie bijstaat bij de verduurzaming van haar sites.
"De eerste informele contacten voor deze samenwerking met Fineg dateren van eind 2018, in het kader van een slibdrogingsinstallatie in Gent," blikt Philippe Alboort terug, hoofd business development & strategic partnerships bij ArcelorMittal Belgium. "Die slibdroging is er niet gekomen, maar de contacten evolueerden verder naar de bouw van de slibverwerkingsinstallatie op onze site. De stoom van de nieuwe turbine zal goed zijn voor ongeveer 25% van het jaarverbruik van de vestiging in Gent. Onze decarbonisatieroadmap telt drie assen: energie-efficiëntie, elektrificatie en koolstofopvang en -gebruik. Het stoom uit slib-project past in de as energie-efficiëntie.
Permanente beschikbaarheid
In 2024 voerde Luminus Solutions de basisengineering van de stoomverwerking uit. Einde september 2025 haalde Luminus Solutions ook de opdracht binnen voor de bouw en de uitbating van deze stoomverwerking, opgebouwd rond een tegendruk stoomturbine. Die opdracht omvat, naast de integratie van de stoomturbine, de civiele werken met constructie van een gebouw, de regeling en de piping. "En het beheer en onderhoud gedurende de eerste vijftien jaar," zegt Ben Segers, manager projectontwikkeling bij Luminus Solutions. "De technische knowhow van het ontwerp en de exploitatie zit bij ons, maar we werken zeer transparant. Belangrijk in de overeenkomst is dat wij garanderen dat de installatie permanent beschikbaar is en voldoende rendement haalt. Een bijkomende uitdaging is de krappe deadline voor de bouw. Aquafin wil in augustus 2026 de eerste hogedrukstoom aanvoeren. Tegen het einde van dit jaar moet de installatie operationeel zijn, om vanaf 2027 lagedrukstoom te leveren aan ArcelorMittal Belgium."
De nieuwe stoomturbine krijgt een elektrisch vermogen van 1,3 MW. ArcelorMittal zal de opgewekte lagedrukstoom gebruiken in zijn productieproces en zo de CO2-uitstoot op de site in Gent met 13.000 ton per jaar verlagen. De geproduceerde elektriciteit wordt rechtstreeks teruggeleverd aan Aquafin. "Injectie op het elektriciteitsnet is niet nodig, Aquafin verbruikt bij het verbranden van het slib altijd meer elektriciteit dan onze turbine kan leveren." De bouw van de stoomturbine vergde een investering van meer dan 12 miljoen euro. Finarmit sloot hiervoor een contract af met Luminus Solutions. Luminus Solutions is een dochteronderneming van Luminus en Dalkia, die allebei deel uitmaken van het Franse energiebedrijf EDF. Luminus (Solutions) is hier geen elektriciteitsleverancier, wel technologie- en dienstenleverancier.
"Dergelijke turbines vind je ook bij elektriciteitscentrales en bij privébedrijven," licht Segers toe. Maar hier hebben we de efficiëntie en betrouwbaarheid geoptimaliseerd. Nieuw is ook het circulaire karakter. Die insteek speelde sterk mee bij de investeringsbeslissing door beide partners, in hun steven naar het verduurzamen van hun activiteiten."
Koolstofdoelstelling
Aquafin produceert al geruime tijd biomethaan en elektriciteit uit het gas afkomstig van de vergisting van biomassa. De slibmonoverwerker, die het bedrijf met recht van opstal optrekt op het terrein van ArcelorMittal, zal met een reductie van 28.000 ton CO2-equivalent een belangrijke bijdrage leveren aan onze koolstofdoelstelling. Bovendien verwerkt hij het slib niet samen met andere stoffen. Dit maakt een maximale recuperatie van energie en grondstoffen mogelijk," legt accountmanager Ivo Verschueren van Aquafin uit.
Drie trajecten
In het zuiveringsproces van huishoudelijk afvalwater breken micro-organismen de vervuiling biologisch af. "Daardoor groeien ze continu aan. Zo ontstaat er een teveel in de vorm van slib, wat eigenlijk biomassa is. Een deel van het slib gebruiken we opnieuw, het teveel moet verwerkt worden. In eerste instantie dikken we de slibmassa zoveel mogelijk in. Dit gebeurt op de plaats van de zuiveringsinstallaties. Daarna voeren we die biomassa af voor verdere verwerking. Momenteel gaat de helft van het slib rechtstreeks naar een lokale ontwateringsinstallatie en passeert de andere helft eerst via een van onze vergistingsinstallaties om er biogas uit te produceren. De overblijvende biomassa gaat ook naar de ontwatering. Van daaruit gebruiken we nu drie types afzetroutes. Een derde verwerken we door monoverbranding in onze eigen verbrander in Brugge – geëxploiteerd door GeoMilieu –, een derde door coverbranding met industrieel afval bij Sleco in Kallo en een derde, na droging in onze slibdrogers, door coverbranding in de cementindustrie."
Vanaf 2027 blijft de situatie ongewijzigd tot en met de ontwatering. "Daarna gaat een derde naar twee nieuwe slibdrogers op restwarmte die we momenteel bouwen en vervolgens naar de slibmonoverwerker in Gent. Een andere derde gaat na ontwatering rechtstreeks naar Gent. Het gedroogde slib wordt er samen met ontwaterd slib verwerkt om een calorische mix te verkrijgen die autotherm kan branden. Voor het resterende derde blijven we bij Sleco aankloppen."
Weg van de weg
Al jaren geleden besloot Aquafin te investeren in verwerkingscapaciteit voor slib in Vlaanderen zelf. "Die beslissing blijkt elk jaar meer en meer de juiste te zijn, want op dit vlak bestaat er hier een grote krapte. Momenteel moeten we soms een beroep doen op een verwerker in Duitsland. Voor de inplanting van de nieuwe slibmonoverwerker baseerden we ons op een model waarin we per mogelijke locatie konden zien wat de CO2-impact van alle slibtransporten in Vlaanderen zou zijn. Momenteel verlopen onze slibtransporten met tankwagens, over de weg. We willen dat er zo weinig mogelijk vrachtwagens met ons slib naar de eindbestemming moeten rijden," aldus Verschueren. Ook de bouw en uitbating van de monoverwerker gedurende dertig jaar verloopt via een partnerovereenkomst. Bouwbedrijf Besix en afvalspecialist Indaver richtten hiervoor een tijdelijk gezamenlijk dochterbedrijf op, Foster.
Door Koen Mortelmans