COLUMN  
Maintenance Magazine 139 – februari 2018

Asbest in ’t Stad

Mijn kapper is een nauwgezet man. Hij scheert, knipt, kamt en… Hij heeft ogen en oren. Hij kijkt en luistert. Niet alleen naar zijn klanten. Hij ziet ook dingen, buiten, voorbij het raam van zijn kapsalon. Enkele maanden geleden waren er werken onder zijn venster en de straten rondom. Het voetpad ging er verschillende keren open en weer dicht. Plots waren eenrichtingsborden afgeplakt. Hij haalde er ten lange leste de politie bij want “écht té gevaarlijk.” Schoolbussen die dreigden de gracht in te bollen omdat ongenode tegenliggers uit de foute richting bleven komen.

Trokken ze nieuwe Telenet-kabels? “Wat hebben ze hier niet in de grond gestopt”, antwoordt hij. Ook grote stalen buizen. En nieuwe waterbuizen. Op gedempte toon: “Eigenlijk is het een schandaal.” Nu fluistert hij. Weet je, die buizen hebben ze decennia geleden in de grond gelegd. “Asbestbeton.” Hij was er bij toen ze in de grond gingen en heeft daar een leuke anekdote over maar (*) … wat hij eigenlijk wou zeggen… Daar hebben ze nu mannen (ze spreken een taaltje waar je niks van verstaat. Oezbeeks? Tadzjiek?) die in de gracht sprongen en met een slijpschijf die buizen los slepen. Ze hadden een veiligheidsbril op. Eén had een helm met een groot scherm voor… maar een stofmasker? Niks. En die staan in dat stof dat overal opwaait.

Zijn bezorgdheid ging naar die vreemde jongens die er aan de slag waren geweest. En nog niet eens zozeer naar zijn eigen ‘milieu’. En hoorde hij op het nieuws niet dat ze onlangs een school gesloten hebben omdat ze een paar leien waar ook asbest in zat, van het dak naar beneden hadden gegooid? Het is toch allemaal niet even serieus, hé.

Mijn kapper is als een ‘slimme sensor’ die draadloos ‘registreert’, ‘verwerkt’ en ‘communiceert’ wat er rondom en in hem gebeurt met de data en de beelden die hij opvangt. De ‘intelligentie van de vloer’, zeg maar. Een wakkere burger die naar de telefoon grijpt als het de spuigaten uitloopt en de politie belt om een verkeersprobleem op te lossen. Maar onbekend met andere zaken in stilte waarneemt, achteraf fluisterend boodschappen rondzendt, ongestuurd, in de hoop dat ‘iemand’ ingrijpt wanneer ‘professionals’ er niks van bakken.

Asbest in ’t Stad. Toch niet onmiddellijk een ‘urban legend’? Collega Koen Mortelmans trok het na. Straks wordt ook de buurt van het Borgerhoutse districtshuis opengelegd…

Ik moet terugdenken aan een paar maanden geleden, toen ik op weg naar het World Class Maintenance Jaarevent in Nieuwegein (NL) aan de laatste rotonde voor mijn bestemming afgeleid werd. De baan was dicht. In de verte een dicht aaneengesloten rij mannetjes in wit die de baan afstapten om plukjes asbest op te rapen na een industriebrand. Industrie of publieke ruimte, is niet dezelfde grote zorg en opvolging vereist? <<

door Luc De Smet

 

(*) Zijn anekdote: “Toen ‘ze’ de buizen veertig of vijftig jaar geleden in de grond staken, écht gezien, stonden er plots een handvol ingenieurs. Allemaal mooi in kostuum. Afgeborsteld. Mijn kapper ziet zo’n dingen. Toen gingen ze met verschillenden tegelijk op zo’n buizen springen om te zien of ze ’t zouden houden. Want dat zijn zeer dunne buizen, weet je. En ze deden ook drukproeven. Waarom ze dat niet eerder in het atelier deden, weet ik niet. Maar dat deden ze hier. Voor mijn venster. Een van de arbeiders sneed een paar gaten in de buis en bouwde een drietal verschillende tussenstukken,… Daar zetten ze toen druk op. Met water. Het duurt niet lang of een van die dingen ontploft. Wat omhoog gaat, komt ook weer naar beneden. En al die ingenieurs, in hun kostuum, kleddernat. Ze waren rap weg.” Zo lang geleden, over generaties heen en hij mag er nog smakelijk om lachen.