HUMAN RESOURCES
Maintenance Magazine 153 – september 2021
Virtual en augmented reality voor een veiligere leeromgeving

Kim Dekeyser: “Virtuele opleidingen zijn een interessante en veilige complementaire methode voor het aanleren van praktische vaardigheden.” (Foto itec)

Bart De Coninck: “Tal van zaken zoals het plaatsen van een elektriciteitsmeter leer je niet op de schoolbanken.” (Foto Fluvius)

In Eureka Torhout wordt VR ingezet voor brandsimulaties, stellingenbouw, sanitaire installaties ... (Foto Eureka Torhout)

In een dertigtal scholen wordt VR nu al met mondjesmaat toegepast. (Foto itec)
PreviousNextEen achttienjarige stagiair raakte in mei bij werken in een elektriciteitscabine van chocoladebedrijf Baronie in Veurne geëlektrocuteerd. Mocht hij alleen handelen en werden alle veiligheidsvoorschriften nageleefd? Het is voorwerp van verder onderzoek. Kan je wel veilig leren werken met elektriciteit? Bij netbedrijf Fluvius zit veiligheid ingebakken in elke opleiding en sommige scholen zetten in op virtuele applicaties in de opleiding.
“Veiligheid is een topprioriteit in onze hele werking en in elke opleiding”, beklemtoont Bart De Coninck, afdelingshoofd Talentmanagement van Fluvius. Het netbedrijf is verantwoordelijk voor het aanleggen, beheren en onderhouden van distributienetten voor elektriciteit, aardgas, riolering, kabeldistributie en warmte. “Het start bij het gebruik van bepaalde methoden en materialen. Er wordt op toegezien dat het gebruikte materiaal brandveilig is en bijvoorbeeld geen scherpe randen of uitsteeksels heeft. Ook het gebruik van PBM’s wordt heel strikt aangeleerd. Door middel van een stappenplan zijn de veiligheidsmaatregelen in detail voorgeschreven.”
Mechanismen inbouwen
Dat is de theorie, maar wat zegt de praktijk? “Er wordt een aantal mechanismen ingebouwd om al deze voorschriften effectief toe te passen. In de eerste plaats heeft iedereen een veiligheidspas nodig. Die bekom je enkel als je geslaagd bent in kwalificatieproeven over onder meer hoog- en laagspanning, meterombouw, renovatie en plug-and-play”, somt De Coninck op. “Alle medewerkers worden permanent bewust gemaakt van de veiligheidsrisico’s, dat kan zijn op regelmatige meetings, maar evengoed via e-learning, via filmpjes over specifieke situaties. Voor een aantal opleidingen wordt al virtual reality (VR) ingezet, waarmee we bijvoorbeeld een elektriciteitscabine levensecht kunnen simuleren. De grootste gevaren zijn onder meer kortsluiting en elektrocutie onder hoogspanning. Op deze manieren leren medewerkers op een veilige manier nieuwe situaties kennen.”
Nieuwe studierichting
Verder verwacht het afdelingshoofd dat er steeds meer zal worden ingezet op augmented reality (AR). “AR is veelbelovend in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld installaties waarin nog materialen van meer dan vijftig jaar oud zitten. In welke staat zijn die nog? In zo’n gevallen kunnen filmpjes en foto’s worden gedeeld met collega’s op wiens expertise ze dan kunnen bogen.” Fluvius leidt heel veel medewerkers op. “Tal van zaken zoals het plaatsen van een elektriciteitsmeter leer je niet op de schoolbanken. We kunnen vandaag moeilijk iemand rechtstreeks van school aanwerven.” Het afgelopen schooljaar heeft Fluvius hierin een belangrijk initiatief genomen. “In een drietal scholen is de studierichting ‘Installatie nutsvoorzieningen’ opgestart. We nemen deel door leerlingen te begeleiden en materiaal ter beschikking te stellen. De studenten krijgen eveneens een epsicifke opleidingstraject dat direct tot de nodige veiligheidspasjes kan leiden. Dit schooljaar waren er negen leerlingen, volgend schooljaar mikken we op 24. Zo worden afgestudeerden sneller inzetbaar.” Maar hoe veilig ook de opleidingen, het blijft een risicovol beroep. “Dat klopt, maar door in de opleidingen continu aandacht aan veiligheid te besteden en dankzij de veilige materialen en PBM’s die we aanbieden, doen we maximaal aan preventie.”
Virtueel oefenen
Sommige scholen gaan nog een stap verder en zetten volop in op VR en tal van applicaties, al dan niet met adaptieve software. Kim Dekeyser werkt voor Itec, de imec onderzoeksgroep aan KU Leuven en voor CVO Scala. In september 2019 is ze begonnen op het COSMO onderzoeksproject naar cognitieve ondersteuning bij opleiding en begeleiding van assemblagetechnieken met behulp van VR en AR. De focus ligt hierbij op beroepsgerichte en technische vorming. “In dit kader ben ik op zoek gegaan naar alle mogelijke bruikbare applicaties om op een veilige manier te leren”, legt Dekeyser uit. Aan het onderzoeksproject namen de scholen Hoge Kouter in Kortrijk, Dominiek Savio in Gits, GO! Eureka in Torhout en GO! TA Keerbergen deel. “In twee jaar tijd is er wel wat veranderd. In allerlei BSO- en TSO-opleidingen wordt er al meer gebruikgemaakt van VR en AR dan bij de start. Zo gebruiken leerlingen applicaties om bijvoorbeeld elektriciteitscircuits samen te stellen. Op deze manier kunnen ze in alle veiligheid oefenen, op eender welk moment en zo vaak als nodig is.”
Adaptieve software
In een dertigtal scholen wordt VR nu al met mondjesmaat toegepast. “In VTI Roeselare leren studenten uit de eerste graad met behulp van VR. In de hogere graden wordt gewerkt met echte applicaties om specifieke werken aan te leren. In het technisch atheneum van Keerbergen en in Eureka Torhout wordt VR dan weer ingezet voor brandsimulaties, stellingenbouw, sanitaire installaties ... Het voelt allemaal levensecht aan. Zo echt zelfs dat als er iets fout gaat in de virtuele wereld, dit toch een zekere indruk nalaat op de leerlingen.” Er zijn nog voordelen aan deze manier van leren. “Voor wie zich moeilijk kan concentreren, heb je in de virtuele omgeving weinig afleiding. Daarnaast merken we dat de leerstof vlot wordt opgenomen. De applicatie die we met COSMO ontwikkelden, geeft gepersonaliseerde instructies. Aan de hand van adaptieve software wordt ingeschat waar de pijnpunten liggen en geeft het systeem net op die momenten extra feedback. Zo krijgt de student bijvoorbeeld bij een eerste sessie veel instructies om onderdelen op een bepaalde plaats te monteren. Bij de tweede sessie worden sommige instructies afgebouwd waardoor hij zelf meer moet nadenken. Maar de student kan evengoed nog steeds veel instructies nodig hebben. De applicatie heeft als doel om het tempo van elke leerling te volgen.”
Complementair hulpmiddel
Hoewel virtuele toepassingen nooit opleiding in de echte wereld volledig kunnen vervangen, ziet Dekeyser dit wel als een geschikt complementair hulpmiddel. “Als je een driedimensionale leerervaring vergelijkt met een traditionele aanpak via een handboek, merk je dat de virtuele ervaring de werkelijkheid toch dichter benadert. Vergeet je iets cruciaals, dan wijst het systeem je daarop en kan je niet verder. Zo leren leerlingen al doende.” Waarom de technologieën dan nog niet wijder verspreid zijn? “De beschikbare applicaties voor scholen zijn nog beperkt. Hoewel het aanbod blijft toenemen, is er doorgaans niet voor elk aspect een equivalente virtuele training beschikbaar. Er zijn al wel bedrijven die erover beschikken, maar de vraag is of ze die met het onderwijs kunnen en willen delen. Daarnaast is er de kostprijs, al wordt het betaalbaarder. Verder nemen zowel de ontwikkelaars van de applicaties als de leerkrachten een afwachtende houding aan. Enerzijds omdat er een grotere afzetmarkt nodig is, anderzijds omdat ze zelf opleiding nodig hebben. Niettemin geloven we dat virtuele opleidingen een interessante en veilige complementaire methode zijn voor het aanleren van praktische vaardigheden.