HUMAN RESOURCES
Maintenance Magazine 152 – juni 2021
e-BPM platform verzamelt dertig goede onderhoudspraktijken online
“Efficiënter werken met methodes”

Claude Kojchen (e-PBM): “De uitdaging bestond er vooral in om onze ervaring in modules van een uur te transformeren.” (Foto e-PBM)

E-BPM is in december 2020 gelanceerd en staat voor e-learning van goede onderhoudspraktijken (Bonnes Pratiques de Maintenance).
PreviousNextGeslaagd onderhoud vergt organisatie. Hiervoor is nood aan methodes. Het zijn net die methodieken die de Franse ingenieur Claude Kojchen op zijn digitale platform e-BPM aanreikt. Gewapend met veertig jaar ervaring in de industrie, ontwikkelde hij dertig modules over zeven verschillende onderhoudsthema’s.
E-BPM is in december 2020 gelanceerd en staat voor e-learning van goede onderhoudspraktijken (Bonnes Pratiques de Maintenance). Het idee om deze opleidingen online aan te bieden leefde al een jaar voor de coronapandemie uitbrak bij oprichter Claude Kojchen. “Ik zocht al langer een manier om mijn kennis van onderhoud in industriële omgevingen door te geven. Het digitale platform vloeit eigenlijk voort uit twee boeken die ik hierover heb geschreven, namelijk ‘Onderhoud. Efficiënte tools, methoden en organisaties’ en ‘Preventief onderhoud aan de hand van 28 toolkits’ (vierde en vijfde editie), uitgegeven bij Dunod in Frankrijk. Het gaat over onderhoud, maar ook preventie op een heel praktische en technische manier uitgelegd.”
E-learning: snel kennis opfrissen
Kojchen werkt al veertig jaar als operationeel manager in industrieel onderhoud, waarvan de helft als zelfstandig opleidingsadviseur bij ATI-Consult. Zo deed hij bijvoorbeeld ervaring op wel honderd industrieterreinen op en werkte hij zowel in ingenieursscholen als in bedrijven. Het concept van e-learning van goede onderhoudspraktijken is vooral geschikt voor onderhoudsmanagers en technici die hun kennis snel kunnen testen, aanvullen of opfrissen. “Wat ik vooral heb gemerkt is dat in de verschillende industrieën niet allemaal dezelfde noden gelden, maar wel overal hetzelfde probleem speelt, namelijk het gebrek aan methodes. Een elektricien of loodgieter kan dan wel veel praktijkervaring hebben, ze missen vaak de methodes om doeltreffender te werken. Als iedereen bovendien op dezelfde manier te werk gaat, dezelfde ‘taal spreekt’, kan er veel efficiënter en sneller gewerkt worden. Het is ook veiliger als iedereen dezelfde onderhoudsmethodes volgt. Het kan gaan van ‘hoe stel je preventielijsten op’ tot ‘hoe stockeren we vervangingsonderdelen’. De eerste reflex bij de bedrijven is vaak de kosten beperken om geld te kunnen verdienen in plaats van efficiënter te gaan werken”, merkt Kojchen op. Dat het ook effectief vruchten afwerpt, heeft de ingenieur al mogen ondervinden. “Enkele jaren geleden heb ik bij Français chocolaterie een onderhoudsdienst opgezet. In de eerste drie daaropvolgende jaren had het bedrijf al de helft minder hersteluren genoteerd.”
Unieke modules
Kojchen en zijn teamgenoot Bernard Declercq mogen dan ruim 1.200 uren hebben besteed aan het schrijven van de dertig modules, de deelnemers hoeven slechts één uur per module uit te trekken. “De uitdaging bestond er vooral in om onze ervaring in modules van een uur te transformeren. Voor de deelnemers betekent dit een grote tijdswinst. Zij kunnen de opleiding volgen op eigen ritme, wanneer het hen uitkomt en ze moeten zich niet verplaatsen. Natuurlijk kan een module van een uur geen opleiding van drie dagen in een centrum vervangen. Het staat gelijk met twee tot drie uur les op locatie. De modules zijn ook in drie hoofdstukken ingedeeld waardoor je deze makkelijk kan onderbreken en op een ander moment kan voortzetten. Elke module bevat de ‘best practice’ van het moment en wordt dus geregeld bijgewerkt. Veelal is het zo dat een bedrijf voor het onderhoudsteam aangeeft welke modules er worden gevolgd. “Elk teamlid hoeft overigens niet hetzelfde parcours te volgen. Iedereen wordt individueel ingeschreven voor een pakket op maat. We kunnen bedrijven ook adviseren bij de opstelling van een bepaald parcours, dat specifiek beantwoord aan de noden van het onderhoudsteam. Hiervoor kunnen we zelfs ter plaatse gaan.”
Evaluatie
Aan het eind van elke module kan elke deelnemer zichzelf testen met een quiz. Slaagt die niet in de evaluatietest, dan kan die de module binnen een bepaald tijdsbestek opnieuw volgen. Het bedrijf hoeft niet te weten of de persoon al dan niet in de quiz is geslaagd, maar kan het wel vragen. “We delen de resultaten niet systematisch met het bedrijf, wel met de deelnemer. Maar bedrijven kunnen het altijd opvragen. In Frankrijk bestaat er namelijk een nieuwe regeling over professionele opleidingen. Als een bedrijf voor opleidingen subsidies wil van de overheid, dan is een evaluatie vooraf en achteraf verplicht. Daarom werken we samen met het Technisch Centrum voor de Mechanische Industrie, Cetim, dat dit wel kan.”
Wikimaint
Dit systeem van modulaire e-learning voor onderhoud is overigens uniek in Frankrijk. “Er bestaan virtuele klassen, maar wij zijn de eersten met een dergelijk e-platform”, benadrukt de bedenker. Met e-BPM wil hij stapsgewijs groeien. “In de eerste plaats moet het een rendabel platform zijn. Op langere termijn ambiëren we om het team uit te breiden. Naast Bernard en mezelf kunnen we rekenen op Alice Helt die meer dan 35 jaar actief is in de marketing en communicatie, en Thomas Laversanne die zich ontfermt over het platform.” Via de website maak je ook kennis met Numa, ontsproten uit het brein van het e-BPM projectteam, die deelnemers begeleidt op de e-BPM-site en in de modules. Numa lanceert ook elke dinsdag een nieuwe onderhoudsdefinitie in de rubriek Wikimaint op de website. “Collega’s denken vaak dat ze het over hetzelfde hebben, maar dat is niet altijd het geval. Ik moedig mensen dan ook aan om deze definities te bespreken, te delen en te becommentariëren. Er is al een groep mensen die het volgt via LinkedIn. Dat is erg interessant, want via die weg kunnen we ook potentiële klanten aantrekken”, meent Kojchen.
Andere talen?
Voorlopig is het platform enkel in het Frans te bezoeken, maar Kojchen sluit niet uit dat het in de toekomst kan worden vertaald. “We weten al wel dat er interesse is vanuit Spanje. Naar het Nederlands zou ook perfect kunnen, als er voldoende gebruikers zijn, in de eerste plaats van bedrijven met een onderhoudsdienst. Maar aangezien het betalende modules zijn, kan iedereen, ook individuen, die erin geïnteresseerd is, bij ons terecht.” Ook voor een samenwerking met Bemas (Belgian Maintenance Association) staat de ingenieur open. “We hebben er in het verleden al mee samengewerkt, dus waarom niet opnieuw in de toekomst?”
Door Elke Lamens