IN THE FIELD  
Maintenance Magazine 151 – april 2021

Persoonlijke valbescherming, een must bij onderhoudswerken op hoogte

Machines, installaties, zelfs gebouwen … ze hebben allemaal onderhoud nodig. Maar niet alles kan vanop de begane grond gebeuren. Onderhoudsmedewerkers zullen zich in vele gevallen in de hoogte moeten wagen om hun werkzaamheden uit te voeren. Valbeveiliging is dan ook geen overbodige luxe. Voorkomen is in dit geval primordiaal. Maar wanneer collectieve beschermingsmiddelen de risico’s niet volledig kunnen uitsluiten, zal men zich persoonlijke valbeveiliging moeten toemeten. Een overzicht.

25.601. Het is het hallucinante aantal incidenten met vallen van hoogte dat in België in 2016 de statistieken ingingen. Meer dan 3.000 werknemers liepen op die manier blijvende lichamelijke schade op. Ze staan dan ook bovenaan in de categorie van ernstige ongevallen op de werkvloer. In het verleden lag de grens voor een val van hoogte minimaal 2 m boven de grond. In de codex over het welzijn op het werk is dit echter achterhaald. Een risicoanalyse van de werkvloer moet bepalen of er valgevaar bestaat en welke maatregelen ter bescherming kunnen dienen. Bij heel wat onderhoudswerkzaamheden bestaat er bijgevolg het risico van een val van hoogte.

Voorkomen is beter dan genezen

Op basis van de concrete situatie ter plaatse moeten de reële risico’s dus gewikt en gewogen worden. Valbeveiliging begint dan eigenlijk met het proberen voorkomen van de val, het vermijden van gevaar. Dat gaat enerzijds om materiële maatregelen (bijvoorbeeld arbeidsmiddelen aanpassen aan de werkomstandigheden). Anderzijds kunnen ook organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld rekening houden met de weersomstandigheden) bepaalde risico’s al uitsluiten.

Eerst collectieve bescherming …

In tweede instantie moeten er dan maatregelen volgen om medewerkers te beschermen tegen risico’s die niet uit te sluiten zijn. De wetgever schrijft dan eerst collectieve beschermingsmiddelen voor, die aan bod komen in Codex, Boek IX, Titel 1 Collectieve Beschermingsmiddelen. Ze moeten volgens de wetgever volgende kenmerken vertonen:

  • Zodanig ontworpen en geïnstalleerd zijn dat ze zo rechtstreeks mogelijk inwerken op de oorzaak van het risico om het risico maximaal te beperken;
  • Bestemd zijn om voorafgaand aan de uitvoering van het werk te worden geïnstalleerd;
  • Van dien aard zijn dat de werknemer niet actief moet tussenkomen om zijn welzijn te verzekeren.

Collectieve beschermingsmiddelen kunnen zowel de val helpen voorkomen als de val opvangen. Dit onderscheid is van belang in de risicoanalyse om het juiste materiaal uit te kiezen en op de juiste manier te gebruiken. Voorbeelden van collectieve beschermingsmiddelen zijn leuningen, elastische vangnetten, aangepaste werkplatformen, opvangvloeren …

… dan persoonlijke valbeveiliging

Pas als de collectieve beschermingsmiddelen niet volstaan om het valrisico uit te sluiten, komen de persoonlijke valbeschermingsmiddelen aan de beurt (Codex, Boek IX, Titel 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen). Opgelet, het gaat om meer dan louter een valharnas. Daarnaast zijn het verankeringsmiddel en het verbindingssysteem van belang. Ze moeten onderling compatibel zijn vooraleer er sprake is van werkelijke bescherming. Om tot de juiste keuze te komen, moet men rekening houden met de mogelijke schok, de valfactor en de valhoogte, die naar voor komen uit de risicoanalyse.

Valharnas

Er kan nogal verwarring ontstaan rond de termen. Een veiligheidsgordel alleen zal nooit volstaan als valbeveiliging. Die beschikt immers niet over een valdemper, een noodzakelijke voorwaarde om de valimpact onder de wettelijke toegestane 600 daN te houden. U opteert daarom voor een valharnas conform NBN EN 361. Dat moet wel aangepast zijn aan de specifieke onderhoudswerkzaamheden en aan de lichaamsbouw van de gebruiker. De aanwezigheid van verstelbare schouderbanden maakt die afstemming mogelijk. De keuze voor een volledig valharnas zal enerzijds de schok van de val over een groter deel van het lichaam opvangen. Anderzijds helpt het ook de persoon in een evenwichtspositie te houden na de val. Daarnaast is het van belang dat uw onderhoudsmedewerkers het valharnas op de juiste manier aantrekken. Verzeker er u ook van dat het materiaal niet vervallen (keuring) en in goede staat is en nog geen val heeft opgevangen. Voorzie altijd voldoende toezicht wanneer er werken uitgevoerd worden met een valharnas. Een val kan leiden tot een harness suspension trauma wanneer de persoon in kwestie niet snel genoeg uit het valharnas bevrijd wordt. Er moet dus altijd iemand aanwezig zijn om evacuatie- en noodprocedures uit te voeren.

Verbindingssysteem

Verbindingssystemen vormen de verbinding tussen het valharnas en het verankeringspunt (of punten). Er is keuze uit vanglijn, schokdempers of verticale lijn met klem. Voor de wetgever mag een vanglijn maximaal 2 m bedragen en moet ze altijd voorzien zijn van een schokdemper om de impact op zowel het lichaam als het verankeringspunt te beperken (maximaal 6 kN). De schokdemper zal de vanglijn laten uitrekken, terwijl er kinetische energie wordt opgenomen om zo de snelheid van het vallen te verlagen. Voor een veilig gebruik moet u eerst de minimale speling berekenen. Dit is de afstand tussen het verankeringspunt en het eerste obstakel waar men tegenaan kan botsen bij een val. In combinatie met de gebruiksaanwijzingen van de fabrikant inzake de lengte van de vanglijn en de afstand van de rek kan u zo de veilige keuze maken.

Verankering

Het valharnas krijgt verbinding met verankeringspunten. Ze zullen de krachten moeten weerstaan die vrijkomen bij het remmen van de val. Dat kan gaan om structurele elementen in muren, zuilen, daken …, verplaatsbare tijdelijke verankeringen of verankeringssystemen (flexibele of starre ankerlijnen of verankering met dood gewicht). Ze staan beschreven in de norm NBN EN 795. De constructie moet stevig genoeg zijn om gedurende drie minuten krachten op te vangen tot 10 kN. Hou ook rekening met slingergevaar door de werkhoek onder de 30° te houden en de lijn zo kort mogelijk. De verbindingslijn boven het hoofd verankeren staat garant voor het beste resultaat.

Conclusie

De praktijk leert dat een val snel gebeurd is. Wanneer dat van op hoogte gebeurt kunnen de gevolgen bijzonder ernstig zijn. Het is dan ook van belang om voor alle onderhoudswerkzaamheden steeds een risicoanalyse uit te voeren en door het nemen van gepaste maatregelen en het installeren van collectieve beschermingsmiddelen al zoveel mogelijk risico’s uit te sluiten. Voorzie u medewerkers vervolgens van de juiste persoonlijke valbeschermingsmiddelen om ze te vrijwaren van de gevaren die er dan nog zijn. Maar waak er dan wel over dat het valharnas, de verankeringsmiddelen en het verbindingssysteem perfect op elkaar zijn afgestemd.

Door Valérie Couplez

Met dank aan de partnerbedrijven van dit focusartikel

http://www.safetyscience.be  http://www.doro-hse.com

Valfactor

De valfactor hangt af van het ankerpunt. Hoe hoger, hoe groter de lengte die nodig is om de val te stoppen. Kies het ankerpunt indien mogelijk zo recht mogelijk boven het hoofd. Dan is er sprake van valfactor 0. Valfactor 1 en valfactor 2 komen respectievelijk voor wanneer het ankerpunt zich ter hoogte van het rugbevestigingspunt bevindt of onder het rugbevestigingspunt.

Schokdemper

Wie gebruik wil maken van een verbindingssysteem met schokdemper (beschreven in EN 355), moet rekening houden met de benodigde vrije ruimte. Is die niet of onvoldoende aanwezig, dan dringt de keuze voor een ander systeem zich sowieso op. De minimale vrije ruimte is de optelsom van volgende factoren: de lengte van de vanglijn, inclusief schokdemper (maximaal 2 m), de lengte van de persoon, de remafstand (maximaal 1,75 m) en de verplichte veiligheidsmarge onder de voeten (doorgaans 1 m, wettelijk 0,5 m).

Valstopapparaat of valblokken

In functie van het gekozen ankerpunt moet het valstopapparaat (EN 360) in een andere richting functioneren. Als het zich boven het hoofd bevindt moet het valstopapparaat een verticale val kunnen opvangen. Met het ankerpunt ter hoogte van het rugbevestigingspunt moet het horizontaal functioneren. Wanneer het ankerpunt zich lager bevindt, moet het valstopapparaat zowel horizontaal als verticaal kunnen functioneren.