IN THE FIELD
Maintenance Magazine 151 – april 2021
Waarom besparen op veiligheidskledij geen goed idee is

Het kiezen van veiligheidskledij moet in functie van de gevaren van de taken gebeuren. (Foto Mewa)

De zichtbaarheid wordt bepaald aan de hand van het aandeel fluorescerende en reflecterende stroken. (Foto Dassy)

Voor quasi elk gevaar is er een bijhorende norm waarin de prestatieklasse wordt besproken. (Foto Mewa)

Handige pictogrammen geven aan voor welke gevaren de kledij geschikt is. (Foto Dassy)

Enkel veiligheidskledij is onvoldoende, ook de andere PBM’s moeten gedragen worden. (Foto Mewa)
PreviousNextWat houdt veiligheidskledij in voor u? Focust u op zichtbaarheid? Of eerder op brandveiligheid? Of wil u vooral een bescherming tegen koude of andere klimatologische omstandigheden? En wat met de producten waarmee u in contact komt? Beschermt uw kledij voldoende tegen elektrische schokken, chemische invloeden en lasschilfers?
Deze vragen maken meteen duidelijk waar we naartoe willen: de allesomvattende veiligheidskledij die beschermt tegen alle mogelijke invloeden is eerder zeldzaam. Een functionele keuze dringt zich met andere woorden op, aangepast aan de specifieke hinderpalen waar u en uw werknemers dagelijks aan blootgesteld worden. Het zal u niet verbazen dat één en ander in meerdere veiligheidsnormen gegoten werd. Die specifieke normeringen -het zijn er een tiental- zullen we als leidraad gebruiken om de mogelijke gevaren en hun oplossing te kaderen.
Fluorescentie en reflectie
Wie vaak onderhoudstaken moet uitvoeren op bouwwerven en logistieke faciliteiten, weet dat ‘gezien worden’ geen overbodige luxe is. De zichtbaarheid van veiligheidskledij wordt opgedeeld in drie klassen in de EN ISO 20471. De onderscheidende factor is hier het aandeel fluorescerende en reflecterende oppervlakte, de exacte verdeling ziet er als volgt uit:
- Klasse 1 vereist minstens 0,14 m2 fluorescerend en 0,1 m2 reflecterend oppervlak,
- Klasse 2 vereist minstens 0,5 m2 fluorescerend en 0,13 m2 reflecterend oppervlak,
- Klasse 3 vereist minstens 0,8 m2 fluorescerend en 0,2 m2 reflecterend oppervlak.
Let wel dat ook enkele bijkomende voorwaarden opgelegd worden aan de inplanting en vorm van deze beide types stroken. Zo moeten de fluorescerende stroken verplicht uitgevoerd worden in geel, oranje of rood en moeten de luminescentie en kleurechtheid voldoen aan opgelegde minimumwaarden. De fluorescerende stroken moeten verder netjes verdeeld over de voor- en achterkant geplaatst worden, met een marge van maximaal 10%. Ook de vorm van de reflecterende banden is gebonden aan strenge vereisten: breedte (50 mm), maximale onderbreking risten of naden (50 mm) en afstand tussen twee banden en een band en de onderkant (50 mm). Het is mogelijk om in één werk-
outfit verschillende veiligheidsklassen te combineren. Zo kan in specifieke gevallen een hogere klasse bekomen worden. Een boven- en onderstuk die elk over een zichtbaarheidsklasse 2 beschikken, kunnen een werkoutfit creëren die in zijn geheel veiligheidsklasse 3 heeft. Het is aan te raden om bij de veiligheidsadviseur te verifiëren of de combinatie in kwestie effectief voldoet aan de vereiste veiligheidsklasse in een specifieke werksituatie.
Thermische prestaties
Bij deze factor zijn twee normen naast elkaar in voege. De EN 14058 is toegespitst op werken in een omgeving met koele luchttemperatuur > -5 °C, zoals in de voedingsindustrie. De belangrijkste eenheid die hier van belang is, is de thermische weerstandsklasse Rct die uitgedrukt wordt in m2K/W. Verder worden luchtdoorlaatbaarheid, waterdichtheid en waterdampweerstand besproken, maar dit is optioneel. Opnieuw vinden we een opdeling in drie klassen terug:
Klasse 1: 0,06 ≤ Rct < 0,12Klasse 2: 0,12 ≤ Rct < 0,18Klasse 3: 0,18 ≤ Rct < 0,25De norm EN342 heeft het gebied onder de -5 °C als voorwerp. Twee factoren staan hier centraal: de thermische isolatie volgens Icle en Icler. Aan de hand van deze eenheden kan het prestatieniveau inzake thermische isolatie van de kledij bij respectievelijk staande of bewegende activiteit worden weergegeven. Dat gebeurt voor twee situaties, respectievelijk de minimale temperatuur waarbij het lichaam voor onbeperkte tijd thermisch neutraal kan blijven (8 uur) en de laagste temperatuur waarbij het lichaam gedurende één uur in aanvaardbare mate afkoelt. De EN 342 geeft wél een klasse voor luchtdoorlatendheid (AP) mee. De klassen voor waterdichtheid WP en waterdampweerstand zijn optioneel.
De allesomvattende veiligheidskledij die beschermt tegen alle mogelijke invloeden is eerder zeldzaam
Bescherming bij laswerken
Wie personeel wil beschermen bij laswerken zal geconfronteerd worden met de EN ISO 11611. Belangrijk hierbij is de opdeling in twee klassen, afhankelijk van de uit te voeren werken. De bescherming richt zich op spatten van gesmolten metaal, warmtestraling, elektrische overdracht en toevallig vlamcontact. Voor elk van deze factoren is een aparte test ontwikkeld. Als voor alle tests klasse 1 behaald wordt, is ook de resulterende klasse gelijk aan 1. Als voor de test rond warmtestraling en metaaldruppels twee keer klasse 2 wordt behaald, dan is de kledij geschikt voor de strengere klasse 2. Verder wordt de bescherming tegen de thermische gevaren van een vlamboog (hitte, brandende deeltjes, steekvlam) beschreven in de IEC norm 61482. Voor klasse 1 wordt er getest met een stroomsterkte van 4 kA, voor klasse 2 is dit 7 kA.
Vermijden statische elektriciteit
De bescherming tegen elektrostatische oplading wordt meegegeven in de EN 1149. Vooral in ATEX-omgevingen zal dit een vereiste zijn. Antistatische veiligheidskleding zal verhinderen dat een elektrostatische oplading kan leiden tot vonkvorming die een explosie kan veroorzaken. Deze norm is opgebouwd uit enkele deeltests die specifieke factoren verifiëren: de oppervlakteweerstand, de elektrische weerstand door het materiaal en het ladingverval. Tijdens het praktisch gebruik volstaat louter beschermkledij volgens de EN 1149 niet, maar moet dit in combinatie gebruikt worden met geleidend schoeisel en vlamvertragende kledij.
Vlamvertraging
Dat brengt ons naadloos bij de EN ISO 11612. Ook deze norm is opgebouwd uit deeltests die elk een specifiek gevaar behelzen:
A: vlamverspreiding (2 niveaus)B: convectiewarmte (3 niveaus)C: stralingswarmte (4 niveaus)D: aluminiumspatten (3 niveaus)E: ijzerspatten (3 niveaus)F: contactwarmte (3 niveaus)Chemische resistentie
Binnen de norm EN 13034 wordt kleding getest op bescherming tegen spatten van vier courante vloeibare chemicaliën: butanol, o-oxyleen, natronloog 20% en zwavelzuur 30%. Twee eigenschappen worden onderzocht: de doorlaatbaarheid en het afstotend vermogen van de stof. Er zit aan deze test evenwel een tekortkoming. Kleding die slechts getest is op één van de vier stoffen, mag zich gecertificeerd volgens EN 13034 noemen. Als eindgebruiker is het dan vaak moeilijk in te schatten of de kledij wel geschikt is voor zijn toepassing. Naast de chemicaliëntest worden de materialen en naden van beschermende kleding getest tegen vloeibare chemicaliën. Onder meer de schuurbestendigheid, treksterkte, scheurweerstand en perforatieweerstand worden geverifieerd.
Door Sammy Soetaert
Met dank aan Dassy, Havep en Mewa