IN THE FIELD
Maintenance Magazine 149 – september 2020
Onze riolen: ondergrondse tijdbommen
“Ondergronds zit 10 à 13 miljard euro kapitaal aan rioleringen. Vandaag zijn 20 à 25% van onze rioleringen lek. Zinkgaten zijn dagelijkse kost en komen niet eens meer in het nieuws”, zegt Vincent Coolsaet (56), CEO van het Kortrijkse Incafin dat rioolrenovaties verzorgt. De droogte maakt het alleen maar erger. De grond krimpt, aangetaste leidingen sneuvelen en lekken nog meer. Wat weglekt wordt niet gezuiverd noch gerecycleerd. Tegelijk lekt er dagelijks bijna 200 miljoen liter drinkwater weg. “Geen enkele meter die het precies kan opmeten. Het kan dus nog erger zijn. Het valt niet uit te leggen. Ons water is té duur en van de overheid krijgen we niet de service waarvoor we betalen. Als we ons rioolwater kunnen zuiveren en hergebruiken …” Twee vliegen in één klap.
“Er is een half miljard euro nodig om de bestaande rioleringen te onderhouden. Dat is 2% van de nieuwwaarde van het net. Wij besteden slechts de helft van wat we zouden moeten om die infrastructuur overeind te houden. Nederland besteedt 2,36 keer meer, terwijl het 3,4% meer rioleringen heeft. Hou je de verwaarlozing decennia lang aan, dan heb je een lek net.” Vlaanderen telt acht watermaatschappijen, elk met een eigen profiel. Zo verzorgt Faris zowel drinkwater als riolering, terwijl Aquafin zich enkel toespitst op de zuivering van afvalwater. “Het versnipperde rioollandschap zorgt voor een stevige overhead.” Coolsaet wijst naar Prof. Ann Crabbé (Centre of Research on Environmental and Social Change van de Universiteit Antwerpen) die berekende dat een kwart van de uitgaven voor onze riolen aan die overhead – administratie, personeelskosten … – gespendeerd wordt. “Terwijl een groter deel beter naar het effectieve onderhoud en de aanleg van nieuwe rioleringen zou gaan.”
Forse waterfactuur
Ondertussen ging de waterfactuur fors omhoog, mede door de saneringsbijdrage die sinds 2006 wordt geïnd. Die dient voor de aanleg van rioleringen (pompstations, overstorten …) en grachten, de bouw van afvalwaterzuiveringsinstallaties en het onderhoud en de exploitatie van gemeentelijke saneringsinfrastructuur. De overheid bepaalt het watertarief met een maximumbedrag/factuur. “Daar zitten we nu aan. Wij stellen echter dat de burger daarvoor geen waarde terugkrijgt.” Nederland haalt een zuiveringsgraad van 99%. Duitsland haalt 93%. “Vlaanderen haalt 86%. Cijfers die je met een korreltje zout moet nemen want hier is men gewoon niet transparant. Voor Europa moeten we tegen 2027 een inhaalbeweging maken. We hebben tegen dan nog zo’n 8.548 km rioolleidingen aan te leggen volgens Peter Aelterman van de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM). Dat is nauwelijks of niet haalbaar als je weet dat de doorlooptijd van een rioolproject typisch zes à negen jaar is. We zullen dus boetes betalen …”
Gemengd stelsel
De grootste groei van de rioolinfrastructuur kwam er in de jaren 1960-70. 60% van onze riolen is ouder dan 25 jaar. Aangenomen wordt dat een typische riool een levensverwachting van 70 à 75 jaar heeft “maar dat is niet zo. Moderne producten zijn immers agressiever en tasten de materialen aan. Bovendien zijn er weinig of geen inspecties. Soms weet men zelfs niet dat er leidingen zijn. ” Laat staan of ze lekken. Het ontbreekt aan een duidelijke inventarisatie. Nederland telt een 150.000 km aan rioleringen. In Vlaanderen is dat, afhankelijk van de bron, 32.000 tot 58.000 km. Ondanks decennia GIS (Geografische InformatieSystemen) zou 80% van de gemeenten geen plan noch inventaris van haar hele rioolnetwerk hebben. Grootsteden doen het doorgaans goed. Knokke-Heist, dat zelf instaat voor zijn rioolnetwerk, doet het perfect. Gemeenten, die het niet goed doen, worden daarvoor niet gesanctioneerd. “Tegelijk betalen we allemaal wel een saneringsbijdrage”, merkt Coolsaet op. Het grootste deel van de rioolstelsels is nog steeds gemengd. Daar komt verandering in. Studies tonen echter aan dat het scheiden van de leidingen voor regenwater (RWA of regenweerafvoer) en afvalwater (DWA of sterk geconcentreerd afvalwater) die laatste zwaarder belasten omdat er weinig verdunning is.
Renoveren in de praktijk
“Renovatie kan bestaande leidingen consolideren en een extra 75 jaar levensduur bezorgen”, aldus Coolsaet. Dat gebeurt met composieten. Riolen renoveren heeft een aantal voordelen: het kan van put naar put, je hoeft de weg niet open te breken, er is geen puin af te voeren … Geaccrediteerde bedrijven inspecteren de riolen. “Wij krijgen een inspectieverslag. Al een decennium lang bevat dat (bewegende) camerabeelden. Vervolgens gaan we zelf ter plekke natrekken of de werken wel uitgevoerd kunnen worden.” In Vlaanderen zijn veel leidingen immers ‘rot’, ze steken vol met slib, met risico van instorting. Rioolrenovatie vergt onder andere een zekere toegankelijkheid. Maar er wordt ook rekening gehouden met diepteligging, reststerkte, verkeerslast, grondwatertafel … Op basis daarvan maakt het servicebedrijf een technisch voorstel. Dat bevat een stabiliteitsberekening die de dikte van het composietlaminaat zal bepalen. De dikte (3 tot 12 mm) wordt gekozen met het oog op het bieden van louter corrosiebescherming of ook van structurele bescherming. “We kunnen restwaarde van de buis ‘nul’ nemen en het laminaat berekenen alsof ze alle krachten moet opvangen. De bestaande leiding dient dan als een verloren bekisting.”
In kousvorm
Het laminaat komt in de vorm van een kous van glasvezel die voorgeïmpregneerd is met een polyesterhars. Zo’n kousen zijn op maat gemaakt, passend voor cirkelvormige of ovale buizen. Ze zijn voorgeïmpregneerd en hebben dus een beperkte levensduur van drie tot zes maanden. “Afhankelijk van het type hars. Het is maatwerk. Daarvan leg je geen voorraad aan.” De kous is langs beide kanten omgeven door een folie om geen hars te verliezen maar ook om beschadiging te voorkomen. Want deze kous wordt met een lier van de ene inspectieput naar de volgende doorgetrokken. Maar eerst wordt de leiding gereinigd met waterdruk om slib en stenen weg te halen. Eenmaal door de leiding gelierd (afstand tussen twee putten is meestal 50 m maar die afstand groeit) wordt lucht in de kous geblazen zodat ze strak tegen de rioolwand komt te staan. Vervolgens wordt er een uv-lichttunnel doorgetrokken. De ledlampen worden gevoed door (mobiele) compressoren en stroomgroepen. De snelheid waarmee dat gebeurt, is afhankelijk van de diameter en dikte van het laminaat. Na het uitharden trekt een camerarobot op inspectie. Het cameraverslag wordt aan de bouwheer afgeleverd ter goedkeuring voor er oplevering kan zijn. Het is de bedoeling dat de riool een gladde oppervlakte heeft. Als er een plooi in zit, kunnen bepaalde bouwheren/rioolbeheerders/gemeenten strafpunten geven. Zitten er te veel plooien in, moet de kous uitgebroken worden of zal een nieuwe kous gestoken worden. Dan worden eerst de plooien weggefreesd om er vervolgens een nieuwe, dunnere kous door te trekken.
Behandeling inspectieputten
Niet alleen de riool maar ook de inspectieputten verdienen een behandeling. Inspectieputten hebben meestal een diameter van 1 m. Ze worden voorzien van zuurbestendige incaline, een synthetisch vezelversterkte (composiet) epoxy. “Het materiaal wordt met de hand aangebracht en dan gerold. De dikke viskeuze massa is te moeilijk om te spuiten.” Een robot maakt de voorafgaandelijk opgemeten aansluitingen en zorgt voor een perfecte hechting tussen de verschillende materialen. “De bestaande leiding kan een risico zijn als het lengtetracé niet goed aansluit. Hoe slechter de buis, hoe meer zettingen, des te groter het risico op plooivorming … totdat we zelfs geen prijsaanbieding maken”, zegt Coolsaet. Door de vertraging in het onderhoud kunnen bepaalde leidingen niet meer gerenoveerd worden en moet er dus ‘opengebroken’ worden. “Afhankelijk van de diepteligging van de buis is renovatie goedkoper. Hoe dieper de buis, des te interessanter voor renovatie.” Dezelfde renovatietechniek wordt overigens ook voor nieuwbouw toegepast. Met de extra bescherming is de betonbuis bestand tegen de chemie. “Alle betonnen inspectieputten en constructies in gescheiden stelsels DWA zouden een duurzame bescherming moeten krijgen om te weerstaan aan de hogere concentratie agressieve stoffen. Vandaag zet men enkel zo’n duurzame bescherming na persleidingen.”
Door Luc De Smet
Wie is Vincent Coolsaet?
Vincent Coolsaet werkte drie jaar voor DSM, dat harsen ontwikkelde voor liners. In 1987 kwam hij als commercieel directeur bij Incafin. Geleidelijk nam hij de aandelen over en is nu eigenaar van het bedrijf dat tien mensen telt en een omzet van zowat 1,5 miljoen euro maakt met het renoveren van riolen. Hij beseft dat sommigen er problemen mee hebben dat hij campagne voert vanuit de privésector. “Het gaat me om het ‘maatschappelijk’ belang onze ondergrondse waterinfrastructuur te verbeteren. Om ethisch ondernemen.” (Foto LDS)