IN THE FIELD  
Maintenance Magazine 144 – juni 2019

Dertig jaar Bemas, door de ogen van de eerste voorzitter Robert Leenaerts

“Als je toen niks anders kon, was je nog goed genoeg om het onderhoud te doen … Er was lang geen sprake van ‘maintenance’ of ‘assetmanagement’. Men had het over ‘entretien’ of ‘onderhoud’. Technici ‘wachtten’ op een panne om tussen te komen. Smeerrondes kenden wel enige systematiek. Slijtstukken werden vervangen en grote machines werden jaarlijkse gedemonteerd en weer gemonteerd … Maar daarbuiten was er niks”, herinnert zich Robert Leenaerts die dertig jaar geleden mee aan de wieg stond van Bemas als haar eerste voorzitter.

Pragmatisch ingesteld

Robert Leenaerts haalde in 1959 zijn ingenieursdiploma in Luik. “De studie stelde teleur. Het was pure theorie. Ik ben eerder een pragmatisch ingesteld iemand.” Daarop volgde de militaire dienst aan de Koninklijke Militaire School in het labo toegepaste scheikunde. “In Luik deed hij er nog twee jaar Génie Chimique bij. Hij kwam buiten met de eerste promotie. “Ingenieurs waren er tekort. We werden als goden aanzien. Het was het begin van de zestigerjaren.” Hij zocht werk in de chemische industrie en vond die bij UCB, die hem naar Gent -Wondelgem- stuurde als ontwikkelingsingenieur. “Ik ontwierp chemische installaties. Maintenance hield mij toen geenszins bezig. Dat was een ander zijn job.” Maar hij had zijn ogen niet op zak en zag ook wel dat men op kritische lijnen “twee pompen plaatste – één in standby – voor het geval de eerste het liet afweten. Vandaag zet men één pomp, die niet in panne valt.”

Academische loopbaan

UCB stuurde hem naar de Leuvense universiteit om er enkele cursussen wat ‘industriële kleur’ te geven. Eind 1969 werd beslist in Louvain-la-Neuve de UCL te bouwen. “Prof Hellinckx bleef in Leuven en in juli werd ik aangezocht voor Louvain-la-Neuve. Ik kon natuurlijk niet van vandaag op morgen prof worden …” maar wel assistent, later eerste assistent en daarna werkmeester. Hij gaf 120 praktijkuren en sloop stilletjes het academisch corps in. Het volgende jaar gaf hij een cursus ‘berekenen van kernreactoren’. “Van de rector kreeg ik een briefje: verbonden docent.”Terwijl hij hard trok aan het project Louvain-la-Neuve stelde hij ook cursussen samen. In 1974 werd hij er prof benoemd. Pas toen hij veertig was, lanceerde Leenaerts zich in ‘maintenance’. Het Franse Petroleum Instituut (IFP) had een enquête gedaan bij de industrie en besloot dat niet de installaties het grote probleem waren, maar dat ze wel te vaak in panne vielen en dat er exploitatieproblemen waren. Het IFP was alvast van plan een sectie ‘maintenance en onderhoud’ op te zetten om ingenieurs op te leiden. En hoe dat bij ons liep? Zijn kleine rondvraag bij Belgische raffinaderijen sloeg hem met verstomming. “Het was hier even erg als in Frankrijk.”

Het begon met een symposium

Zijn prof -Charles Joseph Jungers- adviseerde hem er iets aan te doen. Hoe? Wat? Leenaerts organiseerde een symposium. Bij IFP vond hij een plan, namen van sprekers, adressen, maar een bedrijfsleider kreeg hij niet te strikken om over het eigen bedrijf te spreken. Er was ook een hele vloer toeleveranciers van maintenanceproducten en diensten. Het eerste maintenance/onderhoudssymposium bracht in 1978 zo’n 200 mensen bijeen. “Hoewel het symposium ‘zeer geslaagd’ was, bleef ik vooral de prof van procédés.” In die hoedanigheid werd hij door Buitenlandse Zaken aangezocht in het kader van de samenwerking met ontwikkelingslanden. Zo begeleidde hij een project in Rabat waar men aan de studie voor technisch ingenieur twee jaar burgerlijke ingenieursstudies wou toevoegen. Hij werd aangesproken door de UNESCO, UNDP. Zo’n dertig jaar lang stak hij een kwart van zijn tijd in die internationale samenwerking. “In de tachtigerjaren bleek het Westers geld in industriële installaties van ontwikkelingslanden niet te renderen. Ook daar gingen de machines te snel kapot.” Met specialisten van de Wereldbank, Unesco, UNDP … actualiseerde Leenaerts de maintenancedata bij ons en “zo gleed mijn aandacht voor maintenance via de globale wereld terug naar België. Ik merkte dat de industrie hier de nieuwe woordenschat van maintenance opnam en beter geïnformeerd was. Dat was vooral het werk van gespecialiseerde toeleveranciers.”

Maintenance vergde geen hogere wiskunde

Maintenance wint aan belang

Innoverende technologieën vonden hun weg naar de industrie en de maintenance. Statistieken en probabiliteitsberekeningen begonnen aan een opmars. Vanuit het wetenschappelijk onderzoek werd ook aan materiaalverbetering gedaan. “Het vergt tijd vooraleer een wetenschappelijk idee écht ingang vindt op de vloer waar de economische kosten/baten steevast de motor voor verandering is.” De doorbraak van maintenance werd ook gedragen door het groeiend belang van normen en regelgeving, met ISO 9000 en de noodzaak om permanent de kwaliteit te verbeteren … In 1985 introduceerde Leenaerts bij de handelsingenieurs elementen van maintenance in zijn cursus. Studenten die hem opzochten gaf hij hints mee voor thesisonderwerpen. Mettertijd ijverde hij zelfs voor een heuse cursus Maintenance aan de universiteit. “Ik vroeg vijftien uur cursus bij de ingenieurs maar ik kreeg geen academisch groen licht.” Maintenance vergt geen hogere wiskunde, stelde zijn decaan die daarmee de boot afhield.

Bemas, Maintenance beurs en Maintenance Magazine

In die periode maakte hij kennis met Jean-Pierre Schellekens, die in het Zweedse Göteborg de Underhålsmässan – de toen pionierende en zeer succesvolle Scandinavische maintenancebeurs – bezocht had en naging of er ook in België ruimte was voor zo’n initiatief. Samen zochten ze naar een leefbare formule. Een vzw zou een goede basis kunnen zijn. “Met ons tweeën brachten we een achttal geïnteresseerden samen en op 20 maart 1989 zetten we Bemas – de Belgian Maintenance Association – op.” Leenaerts werd voorzitter benoemd. “Om ons te lanceren organiseerden we in Louvain-la-Neuve een driedaags symposium.” Het event in Hotel de Lauzelle trok weer 200 mensen. Naderhand werd de conferentiemap ook als boek gedrukt. Ondertussen trok Schellekens de Maintenance beurs op gang en in 1992 startte uitgever Bert Belmans (Mainpress) het vakblad ‘Maintenance Magazine’. Mainpress verzorgde zelfs even het secretariaat van zowel de beurs als de vereniging waarover zijn onafhankelijk vakblad berichtte.

Verder professionaliseren

Bemas organiseerde regelmatig een fabrieks- of bedrijfsbezoek. Een jaarlijks symposium hield de bal aan het rollen maar in die jaren gebeurde alles op vrijwillige basis. “Ik was er mij van bewust dat we de leden-bedrijven ook diensten zouden moeten kunnen aanbieden.” Dat zou pas onder een nieuwe voorzitter gebeuren. Leenaerts werd opgevolgd door Roland Vervrangen (Caterpillar) en in 2000 professionaliseerde de nieuwe voorzitter Johan De Coster, CEO van Maintenance Partners, het gebeuren. Toen werd Wim Vancauwenberghe als directeur aangetrokken en werden de ‘maintenancemanagers van het jaar’ verkozen. Onder voorzitter Patrick De Groote werden de activiteiten van de vzw resoluut opengetrokken naar opleidingen en andere diensten. “De verandering in maintenance en asset management kwam er niet door één persoon of bedrijf”, besluit Lenaerts. “De verandering gebeurde tegelijk, bij veel mensen en over de gehele lijn met nieuwe technieken, informatisering, kennis, materialen, toepassingen, methoden en beheerstechnologieen… om te resulteren in wat het vakgebied vandaag is.” <<

Door Luc De Smet