IN THE FIELD
Maintenance Magazine 144 – juni 2019
Ongevallen bij onderhoud: oorzaken en remedies

Door wijzigingen in de samenstelling en afstelling van de machines grondig te documenteren en te rapporteren kunnen onderhoudsmedewerkers zelf de risico’s in de hand houden

“In onze opleidingen besteden we veel aandacht aan het herkennen van asbestvezels. Die komen bij onderhoudswerken af en toe tevoorschijn.”
PreviousNextBijna een kwart van de arbeidsongevallen in België vindt plaats tijdens onderhoudswerkzaamheden. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s (Fedris). Die cijfers betreffen het jaar 2017. Ze liggen in lijn met die van de voorgaande jaren.
Gedisciplineerd tewerk
“De ongevallencijfers voor onderhoud zijn vergelijkbaar met die voor productie en in de bouw samen”, zegt Lode Godderis, directeur kennis, informatie en research bij Idewe, een vzw die risicoanalyses uitvoert en opleidingen geeft voor preventie en bescherming op het werk. “Toch gaan de meeste onderhoudsverantwoordelijken erg gedisciplineerd tewerk”, meent Luc Bosschaert, safety engineer bij verzekeraar Axa Belgium, de marktleider in dit segment. “Loshangende kleding, lange haren, uurwerken, juwelen of piercings zal je zelden bij hen zien. Ze weten maar al te goed dat dit tot ernstige kwetsuren kan leiden wanneer er wat vastgekneld raakt in een machine. Al is een hardleerse enkeling niet uitgesloten. In zulke gevallen weegt de bedrijfscultuur door, met name hoeveel tolerantie de betrokken onderneming toelaat.”
Toenemende tolerantie in scholen
Hij ziet wel een toenemende tolerantie in de scholen. “Vroeger werd die discipline al in de technische en vakscholen ingepompt. Maar wanneer ik de leerlingen van het secundair onderwijs in mijn omgeving bekijk, zie ik dat ze gevoelig zijn voor allerlei modetrends die je in de onderhoudswereld best vermijdt. En ik heb het niet over meisjes, want ik stel vast dat onderhoud nog altijd een mannenwereld bij uitstek is. Ik heb overigens ook al gemerkt dat het in scholen niet overal meer vanzelfsprekend is om bij het werken met slijpschijven een veiligheidsbril te dragen. Als verzekeraar streven we ernaar om het aantal arbeidsongevallen bij onze klanten zo beperkt mogelijk te houden. Hiervoor analyseren we de statistische gegevens van het aantal ongevallen per bedrijf en de ongevallen zelf. Vooral de zware ongevallen nemen we in het vizier. We bieden dan aan om een analyse uit te voeren, een sensibiliseringsactie op het getouw te zetten of (extra) opleidingen te organiseren. Ook zonder ongevallen, kunnen onze klanten rekenen op deze service. Vooral grote bedrijven maken daarvan graag gebruik.”
Preventief en curatief
Bosschaert ziet de risico’s op ongevallen vooral bij ongepland onderhoud. “Preventief en predictief onderhoud kan je goed vooraf inplannen, zowel wanneer het door interne medewerkers wordt uitgevoerd als wanneer een bedrijf hiervoor een beroep doet op een externe dienstverlener. Bij ongepland onderhoud, bijvoorbeeld bij een defect, wil het management natuurlijk niet liever dan dat de productiemachines zo snel mogelijk weer draaien. Daardoor zetten ze soms grote druk op de schouders van de onderhoudsverantwoordelijken om toch maar zo snel mogelijk het noodzakelijke onderhoud uit te voeren. Het is een delicate evenwichtsoefening om tegelijk snel te zijn en toch niet zoveel toe te geven waardoor de eigen veiligheid in het gedrang zou kunnen komen. Soms leidt dit tot ‘voorlopige’ herstellingen, wat op zijn beurt voor frustraties zorgt. Daarnaast kunnen er communicatieproblemen optreden. Want de onderhoudswerken vinden dikwijls plaats in erg lawaaierige omgevingen, waar het dragen van oorbeschermers noodzakelijk is. Vaste teams, waarvan de leden op elkaar zijn ingespeeld, hebben gelukkig weinig woorden nodig om gecoördineerd samen te werken. Maar met gloednieuwe, tijdelijke of interimkrachten ligt dat anders. Er doen zich in verhouding meer ongevallen voor bij gemengde ploegen, waarin ervaren en kersverse onderhoudsmensen samenwerken.”
Outsourcing is in
Bosschaert: “Bovendien is er een trend om voor het uitvoeren van onderhoudstaken almaar meer een beroep te doen op externe krachten. Niet alleen omdat de bedrijven zich willen focussen op hun corebusiness, maar ook omdat deze externe dienstverleners 24/7 oproepbaar zijn. Daarbij komen er ook heel wat mensen over de werkvloer met slechts een beperkte kennis van het gesproken en geschreven Nederlands. In bepaalde omgevingen is ook extra kennis nodig, bijvoorbeeld over welke blusmiddelen je veilig kan gebruiken in een chemiefabriek.” Godderis vult aan: “Algemeen mag ook de kennis over persoonlijke beschermingsmiddelen zelf op een hoger peil gebracht worden. Bij onderhoud komen mensen vaak in contact met verschillende vluchtige en irriterende stoffen. Niet alle handschoenen beschermen tegen alle stoffen. Ik denk bijvoorbeeld aan neopreen, dat een goede bescherming tegen zuren en sterke alkalische vloeistoffen biedt, maar niet geschikt is voor aromatische en gechloreerde organische verbindingen.”
Design van de machines
Onderhoudsspecialisten moeten soms een vloek onderdrukken wanneer blijkt dat machineonderdelen die ze moeten vervangen nauwelijks bereikbaar zijn. “Daarover moet al bij het ontwerpen van de machines worden nagedacht, net als over het gebruik van kwaliteitsmaterialen om een lange levensduur te verzekeren. Er worden al inspanningen op dit vlak gedaan. Het zijn vooral de Duitse en de Zweedse fabrikanten die hierin het voortouw nemen. Maar algemeen is er nog veel werk aan de winkel”, aldus Bosschaert. “Grote bedrijven kunnen dit stimuleren, omdat zij hun essentiële productiemachines op maat laten maken”, stelt Godderis. “Het herhaaldelijk aannemen van lastige lichaamshoudingen is net als koude een belangrijke risicofactor voor bot- en spieraandoeningen.”
Wijzigingen rapporteren
Ook de onderhoudsmedewerkers zelf kunnen de risicofactoren in de hand houden. “Door wijzigingen in de samenstelling en afstelling van de machines grondig te documenteren en te rapporteren”, merkt Bosschaert op. “In grote bedrijven vormt dit doorgaans geen probleem, doordat er heel wat mensen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en ze op elkaars documentatie moeten kunnen vertrouwen. In kleine bedrijven echter, waar slechts één of twee mensen jarenlang instaan voor het onderhoud, vertrouwt men te gemakkelijk op het eigen geheugen. Dan wil het wel eens mislopen wanneer plots een andere medewerker deze verantwoordelijkheid krijgt. Onlangs nog raakte een arbeider zwaargewond doordat een persluchtinstallatie was blijven werken tijdens het onderhoud. Achteraf bleek dat de aandrijving via een bypass gebeurde. Die was echter nergens opgetekend. Ook het vervangen van originele onderdelen door alternatieve schept risico’s.” Bosschaert pleit voor de betrokkenheid van de operator. “Die kent het best de gevoeligheden van de machine en de parameters waarop ze is afgesteld. Zijn kennis vergemakkelijkt de identificatie van de oorzaak van een defect. Om die oorzaken te vinden is het anders soms nodig de afschermingskooi te betreden terwijl de machine nog draait. Wanneer een machine stilligt kan je immers niet rechtstreeks zien of horen waar precies het defect zit.”
Asbest
Godderis wijst er ook op dat het nog heel wat jaren kan duren eer het asbestprobleem volledig is opgelost. “In onze opleidingen besteden we veel aandacht aan het herkennen van asbestvezels. Die komen bij onderhoudswerken af en toe tevoorschijn. Grote ondernemingen beschikken wel over een degelijke asbestinventaris, maar bij kleine bedrijven in oudere gebouwen kan altijd een onaangename verrassing opduiken.” <<
Meest voorkomende ongevallen
“De meeste ongevallen bij onderhoud vinden plaats doordat vergeten was een bepaalde machine stil te leggen en te voorkomen dat iemand ze per ongeluk weer inschakelt”, weet Lode Godderis. “Ook geraakt worden door beweegbare onderdelen komt relatief vaak voor. Een andere oorzaak is het gebruik van verkeerde onderdelen of te vluchtig uitgevoerd onderhoud.” De absolute cijfers zeggen echter niet alles. “Wij dringen erop aan dat mensen die in contact komen met afvalwater zich laten vaccineren tegen onder meer hepatitis A. In de waterzuiveringssector en bij ander bedrijven waar dit bij de hoofdactiviteiten hoort zijn de medewerkers standaard al gevaccineerd, zodat het probleem zich daar niet voordoet. Elders is het aantal risicosituaties kleiner, maar het risico zelf groter.”