IN THE FIELD  
Maintenance Magazine 144 – juni 2019

Agristo

“Stap per stap richting predictive maintenance”

Een sterk groeiend bedrijf als aardappelverwerker Agristo heeft baat bij een visie op maat op onderhoud, zeker gezien het verdeeld is over meerdere vestigingen in binnen- en buitenland. Group maintenance manager Steven Volckaert kreeg de taak om het veranderingsproces in de onderhoudsdienst in goede banen te leiden.

640.000 ton diepgevroren aardappelproduct per jaar

Sinds 1986 timmert Agristo naarstig aan de weg richting consument. Het recept? Oerbelgische frietjes en aardappelbereidingen, aangevuld met een gezonde portie West-Vlaamse ondernemingszin. De oorspronkelijke thuisbasis in Harelbeke kreeg eerder al uitbreiding door overnames in het Nederlandse Tilburg (2001) en Nazareth (2011), maar om de groei verder te faciliteren opende het bedrijf in 2017 een compleet nieuwe plant in Wielsbeke. Dat blijkt het juiste recept, want de productie sprong van enkele tienduizenden ton in de beginjaren tot meer dan 600.000 ton afgewerkt product het afgelopen jaar.

Groei noopt tot aanpassing

De bouw van de site in Wielsbeke was voor de bedrijfsleiding van Agristo de aanleiding om ook enkele knelpunten aan te pakken, want elk groeiend bedrijf wordt op een zeker moment geconfronteerd met structurele uitdagingen. Zo was er nog geen onderhoudsdienst op groepsniveau voorzien. Een ander heikel punt was het gebrek aan standaardisering over de vestigingen heen.

“Gestart met een groot wit blad”

De eerste actie bestond erin om een overkoepelende onderhoudsafdeling op groepsniveau op te richten, gevolgd door de aanstelling van Steven Volckaert als group maintenance manager. Volckaert kan na een loopbaan bij onder meer Arcelor Mittal, Brussels Airlines en Coca Cola mooie adelbrieven voorleggen. Hij geeft ons zijn kijk op het verleden, heden en toekomst van onderhoud in dit groeiend bedrijf: “Ik kreeg van de technical director een groot wit blad om de compleet nieuwe structuur op poten te zetten en de langetermijnvisie uit te werken. Ondertussen zijn er al meerdere acties ondernomen om hinderpalen weg te werken. Die hinderpalen waren zeer divers. Eenzelfde probleem kon vroeger bij twee verschillende vestigingen een totaal andere oplossing krijgen. Onderhoudstaken werden grotendeels via mail, per telefoon of gewoon face-to-face gecommuniceerd. Er werd dus weinig gelogd. Men ging voornamelijk uit van reactief onderhoud: er werd actie ondernomen als er iets stuk ging of dreigde stuk te gaan. Ik wil stilaan evolueren naar meer predictief onderhoud.”

Softwareprogramma als basis

“Het melden van de onderhoudsjobs gebeurde vroeger via een zelf geschreven programma, waarin aanvragen voor onderhoudstaken gemeld werden. Sinds eind november vorig jaar werken we via een nieuwe applicatie. Iedereen die een onderhoudstaak wil laten uitvoeren, moét dit invoeren of laten invoeren in het systeem. We gaan uit van een systeem geen melding = geen job. Dat vereist een mentaliteitswijziging van de basis tot de top. Sinds we met die applicatie werken zitten we al boven de 5.000 jobs. Deze belangrijke aanpassing naar een meer gestructureerde manier van werken doen we met de software van Ultimo als basis. We zijn daarbij uitgegaan van een implementatie vanuit de vloer zelf. Zo ben ik vooraf bij alle afdelingen langs geweest om een lijst op te stellen met alle zaken die zij belangrijk vonden. Daarop heb ik meerdere aanbieders aangeschreven. Voor ons was het ook belangrijk dat we zelf makkelijk tabbladen en functionaliteiten kunnen toevoegen, vandaar de keuze.”

Magazijnwerking

Een andere belangrijke nieuwigheid is de opzet van een gestructureerde magazijnwerking. Vroeger ging een technicus die een onderdeel nodig had, dit gewoon zelf ophalen. Volckaert: “Ik vind een goed draaiend magazijn de basis voor een goed draaiende onderhoudsdienst, zeker als je zoals ons over vier sites verspreid zit. Nu evolueren we naar de situatie van ‘één onderdeel = één nummer’ over alle plants heen. Zo kunnen we meteen achterhalen hoeveel onderdelen we op stock hebben en waar ze zich exact bevinden.”

Creatie nieuwe functie

“De technische diensten van de sites zien er allen min of meer hetzelfde uit, al is het aangepast aan de grootte van de site. Er is telkens een maintenance manager en afhankelijk van de site zijn er dan één of meerdere verantwoordelijken voor de onderhoudsteams. Hun taak is om mee te werken op de vloer, ze staan dus zeer dicht bij de technici. Je kan het wat vergelijken met een ploegmeestergast. Ik wilde hen niet belasten met de administratieve last die het systeem met het nauw bijhouden van alle jobs met zich meebrengt. Daarom creëerden we de functie van werkvoorbereider. Zij dragen bij aan de efficiëntie van de technici.”

“Ontwikkelingen Industrie 4.0 volgen we op de voet”

“We zien wekelijks verhalen over Industrie 4.0 verschijnen, maar in de praktijk zien we nog maar weinig tastbaars. We volgen dus wel wat er beweegt in de markt en we zijn voorbereid op wat komt. Zo zijn er bepaalde velden extra gecreëerd in ons onderhoudsprogramma om de link te kunnen leggen naar het SCADA-systeem van onze automatiseringsafdeling. Zo kunnen we later bijvoorbeeld alarmen laten triggeren of automatisch werkbons creëren. Ik geloof ook sterk in de mogelijkheden van machine learning, waarbij abnormale situaties automatisch gedetecteerd worden. Maar je schakelt niet van het ene moment over van jarenlang curatief naar preventief onderhoud, dat vergt tijd. Het gaat over meer dan systemen en software. De mensen tellen hier ook mee.” <<

Door Sammy Soetaert