IN THE FIELD
Maintenance Magazine 142 – december 2018
GOOOOD MOORNING Euromaintenance
-
-

Digitalisering zal hoe dan ook jobs kosten. Veel. Ook SKF ontslaat arbeiders. Maar tegelijk huurt het software engineers in, schetste Victoria Van Camp, CTO en president Innovation and Business Development bij SKF. (Foto : LDS)

“Het gaat om veiligheid, om efficiëntie, om mensen die in de fabriek werken. Het gaat om hun vrees, om de zorg voor mensen. Als ingenieurs en managers zijn wij daar verantwoordelijk voor”, stelde Andreas Weber, vice-president Technical Services van Evonik. (Foto : LDS)
PreviousNext
Zo werd de internationale conferentie Euromaintenance 4.0 eind september in Antwerpen wakker geblazen. Het event, een initiatief van het EFNMS georganiseerd door BEMAS & Reliabilityweb met de steun van EASA en de Salvetti Foundation, focuste op de impact van IoT en Industry 4.0 op het maintenancegebeuren en trok meer dan 1.200 bezoekers. Verschillende keynote-presentaties, meer dan 20 workshops, meer dan 100 presentaties in zeven parallelle tracks… en een drukke beursvloer met product- en servicepresentaties. Uit die overvloed twee keynotes en een opiniepeiling.
“People make the 4.0 story happen”, stelde Victoria Van Camp, CTO en president Innovation and Business Development bij rollagerexpert SKF. Digitalisering betekent verschillende zaken voor verschillende mensen: geen mensen meer in de mijnen maar robots, autonome voertuigen, maintenance vanop afstand, geconnecteerde medewerkers, slimme sensoren,… Maar dat zal hoe dan ook jobs kosten. Veel. Ook SKF ontslaat arbeiders. Maar tegelijk huurt het software engineers in. Digitalisering vergt ook stevige connecties en communicatie met de klant en de eigen toeleveranciers. “Hebben we realtime data nodig van elke machine? Wellicht niet.” Het vergt domeinkennis om het onderscheid te kunnen maken tussen ruis, rommel en data. Die laatste kan dan gere-engineered en geïntegreerd worden om ‘waarde te creëren’, m.a.w. problemen te voorkomen of te beheersen… ten minste tot de volgende onderhoudsbeurt. Het bedrijf kijkt ook naar 3D-printen, machine to machine communicatie en cybersecurity… “De perfecte storm voor wie de boel in de war wil sturen.”
Digitalisering? Machen! Machen! Machen!
Digitalisering is te ‘vrezen’ “Wie dat niet begrijpt, snapt er niks van”, zo stak dr. Andreas Weber, vice-president Technical Services van Evonik, van wal. “Het gaat om veiligheid, om efficiëntie, om mensen die in de fabriek werken. Het gaat om hun vrees, om de zorg voor mensen. Als ingenieurs en managers zijn wij daar verantwoordelijk voor.” Dat het werk zal veranderen is immers een zekerheid. “Weet waar je vijf jaar geleden stond. Vraag je dan af hoe je businessleven er binnen vijf jaar zal uitzien.” Mensen dienen dus wel gerustgesteld te worden maar je hoeft er geen doekjes om te winden. “Digitalisering? Machen! Machen! Machen!” En wie staat er in voor de nieuwe sensor, de kabel, het onderhoudssysteem? “The maintenance guy!”
Zo’n 3,5 jaar geleden startte het bedrijf met zijn digitale agenda in vijf gebieden: digitale klant, site, supply chain, werknemer en fabriek. Om onderhoud in China te ondersteunen vanuit Europa gebruikt men ‘glasses’ en videochanneling, bijvoorbeeld. Er is een ‘collaboratieplatform’ opgezet dwars over verschillende industrieën en toeleveranciers.
Binnen het eigen bedrijf: EWITA (Evonik Maintenance and Inspection in Technical Plant Service) en PreCaRe (Predictive Condition and Reliability Estimation). Voorts de virtuele training (VIA) die gebruik maakt van simulaties met een ‘fun’ factor. Het blijkt een soort shoot-em-up game waarmee het in gang zetten van een installatie wordt getraind. Het systeem wordt in Nederland, Duitsland, Engeland en elders ingezet. Het geeft onmiddellijk feedback over wat goed of fout zit. Er worden voorts drones ingezet voor inspecties, videoverslagen. In zogenaamde ‘zandbakken’ of ‘speeltuinen’ worden gereedschappen uitgeprobeerd waarvan men op voorhand de waarde soms niet goed kan inschatten…
Predictief onderhoud (PdM 4.0)
Voor de tweede keer organiseerden PWC Nederland en Mainnovation een marktonderzoek over predictive maintenance (PdM 4.0). Net zoals in 2017 vroegen ze nu 268 bedrijven in België, Duitsland en Nederland (driekwart van de respondenten waren productiebedrijven) of ze al actief waren met predictief onderhoud of er plannen mee hadden. De onderzoekers onderscheidden daarbij vier ‘maturiteitsniveaus’. Het groeiproces begint bij visuele inspecties (1), inspecties met instrumenten (2), realtime conditiebewaking (3) en uiteindelijk ‘big data analytics’ (4) waarbij gebruik gemaakt wordt van machine learning om in de datamassa betekenisvolle patronen te herkennen die een praktisch inzicht bieden in de toestand van de assets om falen te voorspellen.
Nauwelijks 11% van de bevraagden stelde zich al op maturiteitsniveau 4 te bevinden. Dat is precies evenveel als in het eerste onderzoek. Het gaat trouwens vooral om Belgische bedrijven. Aan die absolute ‘top’ is niet denderend veel veranderd. Wie predictive maintenance hanteert, blijft dat ook doen. Wel drijven in Nederland en Duitsland bedrijven naar boven. Ook daaronder is er een opwaartse beweging. De meeste (60 %) respondenten klommen ondertussen naar niveau 2 en hebben de intentie of zijn concreet van plan nog meer in te zetten op PdM 4.0. In 2017 waren dat er nog 47 %. De ambitie groeit. Een kwart is zelfs al begonnen aan een pilootproject. Het aantal bedrijven dat ‘geen’ plannen heeft, zakte van 51 % naar 40 %. Wie niet meespeelt, wijst op de afwezigheid van een business case (63 %), mist de nodige data (23 %) of het analysevermogen om daar iets mee te doen (8 %). Te weinig middelen, dus.
Waarom voor PdM 4.0 gaan? Hoofddoel is uptime te verhogen (51 %), kosten te verminderen (11 %), een grotere klantentevredenheid (12 %), minder risico’s voor veiligheid, gezondheid, milieu of kwaliteit (8 %) en levensduurverlenging van de assets (7 %). Antwoorden die wat in het schemerduister bleven hangen: het creëren van nieuwe inkomensbronnen, beter productontwerp, energiebesparingen,…
Wat beschouwen bedrijven daarbij als kritische succesfactoren? De beschikbaarheid van data (67 %) en van budget (60 %). Maar ook technologie (59 %) is nodig. Het cyberveiligheidsbewustzijn is eveneens gestegen (van 36 % naar 43 %). Bedrijven zijn zich bewuster van het belang van verschillende soorten data : conditie én gebruik van assets, onderhoudsgeschiedenis, milieudata,… Ze sprokkelen steeds meer data, zowel via sensoren als instrumenten en interfaces met bestaande productie- en onderhoudsbeheersystemen. Daarbij gebruiken ze ook steeds meer software (Excel en Access dalen iets maar statistische softwares groeien), connectiviteit (WiFi, IoT,…) en dataplatformen (datamagazijnen en de cloud). Wie zal het doen? De rol van technici is verder opgewaardeerd (van 79 % naar 84 %) maar ook die van maintenance inspecteur, data scientist, kwaliteitsinspecteur en de IT specialist. Het aandeel bedrijven dat reliability engineers inzet, steeg van 27 naar 45 %.
Wanneer de onderzoekers bedrijven, die piloten opzetten, vragen of er al tastbare resultaten zijn, antwoordt 95 % positief: 60 % haalt een betere uptime (gemiddeld van 9 % maar uitschieters van 25 en 30 %), 45 % ziet een kostenreductie (gemiddeld 12 %), 52 % ziet een risicodaling (gemiddeld van 14 %), 36 % meldt energiebesparingen,… De kampioenen, bedrijven die in meerdere gebieden verbeteringen van 25 % halen, maken vooral gebruik van ‘veel’ data (ook milieudata), sensoren, inspecties, hard- en softwares, en hoger opgeleide mensen…
En nu we dat weten? “Pilootprojecten maken de dingen zichtbaar en enthousiasmeren. Erover praten is leuk maar het ‘doen’ is nog leuker. Begin er gewoon aan. Go! Go! Go!” <<
Door Luc De Smet